Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2025:9176

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
23/11661
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning WIA-uitkering en proceskostenveroordeling UWV na intrekking beroep

Verzoekster had beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin haar WIA-uitkering werd geweigerd. Na het beroep heeft het UWV op 7 augustus 2025 alsnog een WIA-uitkering toegekend, waarop verzoekster haar beroep introk.

De rechtbank heeft het verzoek van verzoekster om het UWV te veroordelen tot betaling van proceskosten beoordeeld. De rechtbank oordeelt dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen door alsnog de uitkering toe te kennen.

Op grond hiervan wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling toe en veroordeelt het UWV tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het griffierecht van € 50,- aan verzoekster te vergoeden.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 19 december 2025 en is zonder zitting gewezen.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/11661 WIA

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. P.J. van der Meulen),
en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV)

(gemachtigde: [gemachtigde] )

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van het UWV van 2 november 2023. Zij heeft het beroep ingetrokken, omdat het UWV op 7 augustus 2025 haar alsnog een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) heeft toegekend.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft de rechtbank meegedeeld zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank onder toepassing van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 30 november 2023 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van verzoekster ongegrond is verklaard en de WIA-uitkering werd geweigerd. Het UWV heeft op 7 augustus 2025 besloten om alsnog een WIA-uitkering toe te kennen aan verzoekster. Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht berekend. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907,-. De vergoeding bedraagt in dit geval € 1.814,- omdat de voormalig gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend en de huidige gemachtigde op zitting is verschenen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. [3] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.E.C. Vriends, rechter, in aanwezigheid van J. Boer-IJzelenberg, griffier, op 19 december 2025 en geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.