ECLI:NL:RBZWB:2025:9212

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
23 december 2025
Zaaknummer
02-226142-25
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor medeplegen van witwassen en diefstallen in meerdere Kruidvat filialen

Op 24 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte, geboren in augustus 1988 in Roemenië, die zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van eenvoudig witwassen en meerdere diefstallen. De verdachte, die gedetineerd is, werd bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M. Ketting. De zaak werd inhoudelijk behandeld op de zittingen van 5 en 11 december 2025, waarbij de officieren van justitie, mr. M.A.M. Dekkers en mr. J.J. Peerboom, hun standpunten naar voren brachten. De tenlastelegging omvatte diefstallen van cosmetica en andere goederen bij verschillende Kruidvat filialen in Nederland tussen 16 februari 2023 en 2 juni 2023. De rechtbank oordeelde dat de verdachte samen met anderen een grote hoeveelheid gestolen voorwerpen heeft witgewassen en dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking bij de diefstallen. De rechtbank achtte de herkenningen van de verdachte op camerabeelden betrouwbaar en concludeerde dat de verdachte betrokken was bij alle ten laste gelegde feiten. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 15 maanden op, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank overwoog dat de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 02-226142-25
Vonnis van de meervoudige kamer van 24 december 2025
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] augustus 1988 te [geboorteplaats] (Roemenië),
nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [plaats] ,
raadsvrouw: mr. M. Ketting, advocaat te Amsterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 5 en 11 december 2025, waarbij de officieren van justitie mr. M.A.M. Dekkers en mr. J.J. Peerboom en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1:in de periode van 16 februari 2023 tot en met 2 juni 2023 samen met anderen een grote hoeveelheid gestolen voorwerpen heeft witgewassen;
feiten 2 tot en met 8:op verschillende momenten in de periode van 16 februari 2023 tot en met 17 mei 2023 samen met anderen goederen (make-up, anti-rookwaren, pijnstillers en verzorgingsproducten) heeft gestolen bij verschillende Kruidvat filialen in Nederland.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen de diefstallen zoals ten laste gelegd onder feit 2 tot en met 6 en feit 8 heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de aangiftes, de modus operandi, de omstandigheid dat telkens in dezelfde winkels dezelfde soort goederen zijn weggenomen en de herkenning van verdachte op de camerabeelden door de politie dan wel dat ambtshalve te constateren is dat verdachte betrokken is bij deze feiten. Van het eerste gedachtestreepje van feit 2 dient verdachte gedeeltelijk te worden vrijgesproken voor het wegnemen van de make-up, omdat de goederen de winkel niet hebben verlaten. Daarnaast dient verdachte vrijgesproken te worden van feit 7, omdat verdachte niet wordt herkend op de camerabeelden. Verder kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan eenvoudig witwassen van de gestolen goederen en de goederen die in de caravans zijn aangetroffen in de periode van 16 februari 2023 tot en met 2 juni 2023 zoals ten laste gelegd onder feit 1.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
Door de verdediging is vrijspraak bepleit van alle feiten. Ten aanzien van de diefstallen heeft zij zich op het standpunt gesteld dat de herkenningen niet betrouwbaar genoeg zijn om voor het bewijs te gebruiken en er verder te weinig bewijs is om tot een veroordeling te komen. Indien de rechtbank wel tot een bewezenverklaring komt van de diefstallen, kan het aantal daadwerkelijk weggenomen goederen niet worden vastgesteld omdat dit door de Kruidvat in de aangifte telkens onvoldoende is onderbouwd. Ten aanzien van het witwassen bevat het dossier geen aanwijzingen dat verdachte verhullingshandelingen heeft gepleegd en ook staat niet vast dat de goederen uit enig misdrijf afkomstig zijn geweest. Dit moet leiden tot vrijspraak dan wel tot ontslag van alle rechtsvervolging.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Feiten 2 tot en met 8 (diefstallen)
Feiten en omstandigheden
Het dossier bevat ten aanzien van alle ten laste gelegde diefstallen telkens een aangifte van de Kruidvat. Uit die aangiftes blijkt in grote lijnen een telkens terugkerende werkwijze. Bij de diefstallen komen vaak twee of drie personen afzonderlijk van elkaar de winkel binnen. Er wordt dan door één of twee personen een grote hoeveelheid goederen uit de schappen gehaald en aan het zicht onttrokken, vaak door deze ergens in de winkel, meestal in een toilettas, te verbergen. Vervolgens worden de goederen direct overgeheveld in een tas of wordt er contact gelegd met een persoon buiten de winkel, die dan de winkel binnenkomt, de verbogen spullen opzoekt en dan overhevelt in een geprepareerde tas. De goederen worden niet afgerekend. De weggenomen goederen betreffen telkens make-up producten, anti-rookwaren en pijnstillers. Twee van de personen die, naar later blijkt, vaak op de beelden bij de bijhorende aangiftes worden waargenomen, komen op een gegeven moment in beeld van de politie voor andere diefstallen. Dit betreffen medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Zij verblijven in die periode op een vakantiepark en worden op 2 juni 2023 aangehouden. De verbalisanten zijn de caravans waar deze verdachten verbleven en de daarbij behorende schuur binnengetreden en treffen daar grote hoeveelheden goederen aan en constateren dat die goederen vermoedelijk van diefstal afkomstig zijn. Verdachte verbleef in één van de twee caravans en was daar op 2 juni 2023 ook aanwezig. De verbalisanten die eerder op die dag waren belast met de aanhouding van de medeverdachten hadden op het moment dat zij de caravans betraden nog geen beschikking over de camerabeelden, waardoor verdachte op dat moment niet als verdachte werd aangemerkt. Achteraf is verdachte op de beelden van de winkeldiefstallen herkend door de verbalisanten die op 2 juni 2023 op het vakantiepark met verdachte hebben gesproken.. Ook de medeverdachten zijn kort na de aanhouding herkend op de bij de aangiften behorende camerabeelden. [medeverdachte 2] wordt op alle beelden herkend. [medeverdachte 1] blijkt niet bij alle diefstallen betrokken te zijn.
De verdediging heeft vraagtekens gesteld bij de betrouwbaarheid van de herkenningen die over verdachte zijn gedaan. De rechtbank overweegt daaromtrent als volgt.
Betrouwbaarheid herkenningen
Met uitzondering van de diefstallen op 30 april 2023, ten laste gelegd onder feit 6, zijn van alle ten laste gelegde diefstallen (beschrijvingen van) camerabeelden of stills van die beelden in het dossier beschikbaar. Bij het bekijken van die camerabeelden hebben verbalisanten (te weten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] of [verbalisant 3] ) één van de personen op de beelden herkend als verdachte. [verbalisant 1] heeft beschreven dat zij de herkenning van verdachte heeft gebaseerd op de omstandigheid dat zij door het onderzoek bekend met hem was geworden. Daarnaast heeft zij hem herkend aan de hand van beschikbaar gestelde foto’s. Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] hebben beschreven dat zij verdachte herkennen aan zijn gelaat en uiterlijke kenmerken, die zij hebben waargenomen bij het gesprek dat zij met hem hebben gevoerd op de camping op 2 juni 2023 in het kader van het binnentreden van de caravans. Op pagina 674 van het dossier beschrijven verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] op basis van welke specifieke kenmerken zij verdachte telkens op de beelden herkennen.
Op grond van vaste rechtspraak staat bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van herkenningen voorop dat daarbij behoedzaamheid betracht dient te worden. Factoren zoals intensiteit en frequentie van eerdere contacten met de verdachte, de vraag hoe recent die contacten zijn geweest, de vraag of bewegende beelden dan wel foto’s (stills) zijn bekeken, de kwaliteit van de beelden en wat daarop van de verdachte is te zien en de wijze waarop de herkenning tot stand is gekomen (in onderling overleg of onafhankelijk van elkaar en met of zonder voorinformatie) zijn in dit verband van belang.
Herkenning van een persoon op beeld vindt plaats op basis van een in het geheugen opgeslagen beeld en niet slechts op basis van een gezicht, maar ook op grond van andere kenmerken zoals haardracht, lengte, postuur, houding, kleding en accessoires en - wanneer het een bewegend beeld betreft - de manier van bewegen. Verschillende elementen spelen daarbij een rol, waarbij steeds sprake is van een ‘holistisch’ proces, dat naar zijn aard moeilijk in objectief verifieerbare elementen is op te delen en niet altijd onder woorden is te brengen. Dat moeilijk te rationaliseren holistische karakter maakt ook dat het enkele feit dat de kwaliteit van camerabeelden te wensen overlaat of dat de verdachte daar maar deels op valt te zien, niet hoeft te betekenen dat de herkenning onbetrouwbaar is. Een van de factoren die de betrouwbaarheid van een herkenning positief kunnen beïnvloeden, is de mate van bekendheid met de waargenomen persoon. Hoe meer men van de betrokken persoon een beeld heeft c.q. hoe beter men de betrokken persoon kent, des te minder visuele informatie nodig is voor een betrouwbare herkenning. Wie iemand goed kent, heeft immers maar weinig nodig om hem of haar te herkennen.
De rechtbank stelt vast dat de camerabeelden en/of stills, in onderlinge samenhang bezien, van voldoende kwaliteit en voldoende duidelijk zijn om als basis voor herkenning te dienen. Door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] is beschreven dat zij op 2 juni 2023 met verdachte hebben gesproken. De rechtbank is van oordeel dat de latere herkenningen niet op basis van voorkennis zijn gekleurd. Verdachte was tijdens het gesprek met de verbalisanten op 2 juni 2023 nog niet in beeld voor betrokkenheid bij de diefstallen. De camerabeelden waren nog niet bij de verbalisanten bekend en hij is toen niet aangehouden. De verbalisanten hebben de camerabeelden pas na 2 juni 2023 ontvangen en vervolgens zelf vastgesteld dat verdachte degene was die op de beelden was te zien. Niet valt in te zien dat de verbalisanten op een andere wijze hadden kunnen vaststellen of verdachte degene was die op de beelden was te zien, dan op de manier waarop zij dat nu hebben gedaan. Daarbij komt dat deze verbalisanten bij een aantal van de winkeldiefstallen ook duidelijk hebben omschreven aan welke specifieke kenmerken zij verdachte herkennen. De rechtbank weegt daarnaast mee de omstandigheden waaronder de diefstallen zijn gepleegd, namelijk dat de werkwijze en de samenstelling van de groep vaak hetzelfde was. De rechtbank heeft gelet op het voorgaande geen reden om te twijfelen aan deze herkenningen en is van oordeel dat de herkenningen door de verbalisanten geloofwaardig en betrouwbaar zijn.
Betrokkenheid verdachte
Verdachte heeft zich op vragen over zijn betrokkenheid bij de diefstallen telkens beroepen op zijn zwijgrecht. De rechtbank stelt vast dat verdachte op de camerabeelden en stills te zien is en daarmee betrokkenheid heeft gehad bij alle ten laste gelegde diefstallen. Ten aanzien van de diefstal aan de [adres 1] te Goes, zoals ten laste gelegd onder feit 2, overweegt de rechtbank dat er geen proces-verbaal van herkenning is opgemaakt naar aanleiding van de camerabeelden. Deze diefstal is echter een half uur voor de diefstal aan de [adres 2] te Goes, waar [medeverdachte 2] en verdachte op de camerabeelden zijn herkend, gepleegd. De stills van de diefstal aan de [adres 1] passen binnen de beschrijving van de camerabeelden van de diefstal aan de [adres 2] . De rechtbank stelt verder vast dat er ten aanzien van beide diefstallen op die dag sprake is van dezelfde werkwijze en dat dezelfde soort goederen zijn weggenomen. Op basis daarvan acht de rechtbank bewezen dat verdachte ook betrokken is geweest bij deze diefstal.
Ten aanzien van feit 6 overweegt de rechtbank dat de camerabeelden niet zijn verstrekt en er geen beschrijving van de camerabeelden in het dossier zit. De camerabeelden zijn er kennelijk wel, zo blijkt ook uit de aangiftes en de stills die zich in het dossier bevinden. Uit de processen-verbaal van herkenning blijkt dat de beelden door de verbalisanten zijn bekeken en dat verdachte op de beelden is herkend. Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat verdachte ook betrokken is geweest bij deze diefstal.
De volgende vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verdachte dit feit samen met anderen heeft gepleegd.
Medeplegen
De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.
Gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden betreffende de steeds terugkerende werkwijze bij het plegen van de diefstallen, met name de duidelijke rolverdeling tussen verdachte en (één van) de medeverdachten, is de rechtbank van oordeel dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte(n), die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het ten laste gelegde medeplegen bewezen.
De weggenomen goederen
Anders dan door de verdediging is aangevoerd, kan de rechtbank op basis van de aangiftes van de Kruidvat vaststellen welke goederen uit de winkel zijn weggenomen. Er wordt in de aangiftes telkens concreet aangegeven welke en hoeveel goederen er worden gemist uit de voorraad en de goederen worden steeds gespecificeerd. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid daarvan te twijfelen en neemt de goederen die in de aangiftes worden genoemd dan ook telkens als uitgangspunt bij de bewezenverklaring.
Ten aanzien van de diefstal aan de [adres 2] te Goes, zoals ten laste gelegd onder feit 2, blijkt uit de beschrijving van de camerabeelden niet dat de make-up de winkel heeft verlaten. Uit de beschrijving van de camerabeelden blijkt dat de medeverdachte deze producten in een toilettas in de winkel heeft verstopt, kennelijk met het doel om later mee te nemen, gelet op de eerder beschreven werkwijze van verdachten. Uit deze gedraging blijkt niet dat verdachte en de medeverdachte van plan waren om de goederen af te rekenen. Naar het oordeel van de rechtbank hebben verdachte en medeverdachte door zo te handelen als heer en meester over de make-up beschikt en deze aan de heerschappij van de rechthebbende (de Kruidvat) onttrokken. Daarmee is ook ten aanzien van de make-up sprake van een voltooide diefstal.
Conclusie feiten 2 tot en met 8
Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden, zoals ook blijkend uit de inhoud van de bewijsmiddelen en in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank feiten 2 tot en met 8 wettig en overtuigend bewezen.
Feit 1
Bewezenverklaring eenvoudig witwassen
Onder feit 1 is ten laste gelegd dat verdachte in de periode van 16 februari 2023 tot en met 2 juni 2023 een grote hoeveelheid goederen heeft witgewassen. De rechtbank heeft hiervoor bewezenverklaard dat verdachte in die periode samen met de medeverdachten in totaal 16 winkeldiefstallen heeft gepleegd en de in de tenlastelegging genoemde goederen heeft weggenomen. Daarmee is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, van 16 februari 2023 tot en met 17 mei 2023, samen met anderen goederen voorhanden heeft gehad die van eigen misdrijf afkomstig waren. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat er sprake is geweest van verhullingshandelingen. Verdachte zal daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging gedeeltelijk worden vrijgesproken.
4.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
feit 1
op tijdstippen in de periode van 16 februari 2023 tot en met 17 mei 2023 te Vlissingen of Waalre en Enter en Almelo en Deventer en Lelystad en Huizen en Goe
sen Broek op Langedijk en Laren en Zeist en Buitenpost en Damwald, tezamen en in vereniging met anderen, voorwerpen, te weten een (grote) hoeveelheid cosmeticaproducten en
pijnstillingen
anti-rookwaren, voorhanden heeft gehad,
dieafkomstig waren uit eigen misdrijven;
feit 2
op meerdere tijdstippen
op4 mei 2023 te Goes tezamen en in vereniging met een ander,
- een (grote) hoeveelheid nicotine vervangers (totaal ongeveer 6 stuks) van het merk
Nicorette en een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal ongeveer 69
stuks) van het merk L’Oréal, die geheel aan Kruidvat gelegen aan de [adres 2] , toebehoorde en
- een (grote) hoeveelheid make-up artikelen/producten (totaal ongeveer 120 stuks)
van het merk L’Oréal, die geheel aan Kruidvat gelegen aan de [adres 1] , toebehoorde,
heeft weggenomen met het oogmerk om
dezezich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 3
op meerdere tijdstippen
op16 februari 2023 te Waalre tezamen en in vereniging met anderen,
- een (grote) hoeveelheid make-up producten (totaal ongeveer 21 stuks) van het
merk L’Oréal, die geheel aan Kruidvat gelegen aan [adres 3] , toebehoorde en
- een (grote hoeveelheid make-up producten (totaal ongeveer 21 stuks) van het
merk L’Oréal, die geheel aan Kruidvat
gelegen aan [adres 4] , toebehoorde,
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 4
op
meerdere tijdstippen op11 mei 2023 te Huizen en Laren en Zeist, tezamen en in vereniging met anderen,
- een (grote) hoeveelheid
anti-rookwaren(totaal ongeveer 11 stuks) van het merk No
Name en een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal ongeveer 64 stuks)
van het merk L’Oréal en drie toilettassen, die geheel aan Kruidvat gelegen aan de [adres 5] te Huizen, toebehoorde en
- een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal ongeveer 72 stuks)
van het merk L’Oréal en een (grote) hoeveelheid pijnstillers (totaal ongeveer 16 stuks) van het merk Voltaren, die geheel aan Kruidvat gelegen aan de [adres 6] te Huizen, toebehoorde en
- een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal ongeveer 67 stuks)
van het merk L’Oréal en Max Factor en een (grote) hoeveelheid pijnstillers (totaal ongeveer 10 stuks) van het merk Voltaren, die geheel aan Kruidvat gelegen aan de [adres 7] te Laren, toebehoorde en
- een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal ongeveer 76 stuks) van het merk L’Oréal en Maybelline, die geheel aan Kruidvat gelegen aan [adres 8] te Zeist, toebehoorde,
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 5
op meerdere tijdstippen op 28 april 2023 te Enter en Almelo en Deventer, tezamen en in vereniging met een ander,
- een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal ongeveer 50 stuks mascara), die geheel aan Kruidvat gelegen aan de [adres 9] te Enter, toebehoorde en
- een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal ongeveer 86 stuks) van het merk L’Oréal, die geheel aan Kruidvat gelegen aan [adres 10] te Almelo, toebehoorden en
- een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal ongeveer 66 stuks)
van het merk L’Oréal, die geheel of ten dele aan Kruidvat
gelegen aan de [adres 11] te Deventer, toebehoorde,
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 6
op meerdere tijdstippen op 30 april 2023 te Lelystad en Huizen, tezamen en in vereniging met een ander,
- een (grote) hoeveelheid pijnstillers (totaal 14 stuks) van het merk Voltaren en een (grote) hoeveelheid anti-rookwaren (totaal ongeveer 17 stuks) van het merk Nicorette en Nicotinell en een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal ongeveer 15 stuks) van het merk L’Oréal en/of Max Factor, die geheel aan Kruidvat gelegen aan de [adres 12] te Lelystad, toebehoorde en
- een (grote) hoeveelheid nicotine vervangers (totaal ongeveer 9 stuks) van het merk Nicorette en een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal ongeveer 41 stuks) van het merk L’Oréal, die geheel aan Kruidvat gelegen aan [adres 6] te Huizen, toebehoorde,
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 7
op 6 mei
2023te Broek op Langedijk, gemeente Dijk en Waard tezamen en in vereniging met een ander, goederen, die geheel aan Kruidvat, toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 8
op meerdere tijdstippen op 17 mei 2023 te Buitenpost en Damwald tezamen en in vereniging met anderen,
- een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal ongeveer 87 stuks) van het merk L’Oréal, die geheel of ten dele aan Kruidvat gelegen aan de [adres 13] te Buitenpost, toebehoorde en
- een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal ongeveer 98 stuks) van het merk L’Oréal, die geheel of ten dele aan Kruidvat gelegen aan de [adres 14] te Damwald, toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
Het onder feit 7 ten laste gelegde jaartal "2025" beschouwt de rechtbank, zoals door de officier van justitie verzocht, als een kennelijke verschrijving die aldus wordt verbeterd dat in plaats daarvan wordt gelezen "2023". Daarbij overweegt de rechtbank dat uit het dossier duidelijk blijkt dat het om dit jaartal gaat. Bij de behandeling van de zaak ter terechtzitting is niet gebleken dat deze verschrijving tot onduidelijkheid van de tenlastelegging heeft geleid, of dat verdachte, die op dit punt overigens ook geen verweer heeft gevoerd, door verbeterde lezing van de tenlastelegging in zijn belangen is geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Deze eis is gebaseerd op de richtlijn mobiel banditisme. De officier van justitie heeft rekening gehouden met de omstandigheid dat het om oudere feiten gaat en met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt om geen rekening te houden met de richtlijn mobiel banditisme. Ook de omstandigheid dat het aantal weggenomen goederen of de exacte waarde daarvan niet kan worden vastgesteld, moet strafverminderend werken. Verder wordt verzocht om bij de strafmaat rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Er is inmiddels veel tijd verstreken en verdachte is een andere weg ingeslagen. Een voorwaardelijke straf zou hem de mogelijkheid geven om dit te kunnen toetsen. Verder is artikel 63 Sr van toepassing. Gelet op al deze omstandigheden en onder verwijzing naar jurisprudentie is een gevangenisstraf van 195 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 86 dagen voorwaardelijk, passend en geboden.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich samen met anderen in een periode van ongeveer twee maanden schuldig gemaakt aan zestien winkeldiefstallen, waarbij een grote hoeveelheid goederen is
gestolen. Het betrof make-up producten, anti-rookwaren en pijnstillers. Daarnaast heeft verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het witwassen van de gestolen goederen. Uit de handelswijze van verdachte en de medeverdachten blijkt een zekere mate van organisatie en professionaliteit. Bij de diefstallen hebben verdachte en de medeverdachten telkens op geraffineerde wijze gehandeld. De diefstallen werden gepleegd in dezelfde soort winkels in het hele land. De gestolen goederen betroffen houdbare, verhandelbare producten die niet bestemd waren voor eigen gebruik en vertegenwoordigde samen een aanzienlijke waarde. Verdachte en de medeverdachten waren erop uit om op een makkelijke manier snel geld te verdienen en hebben in korte tijd een grote hoeveelheid goederen gestolen, waarbij de winkels schade hebben geleden. Door diefstallen als deze wordt niet alleen enorme schade en overlast toegebracht aan de betreffende winkelketens, maar ook aan consumenten, aan wie, naar valt aan te nemen, die schade uiteindelijk in de verkoopprijzen van de producten wordt doorberekend. Bij die gevolgen heeft verdachte kennelijk niet stilgestaan. Verdachte heeft door zo te handelen enkel oog gehad voor financieel gewin en heeft aangetoond geen respect te hebben voor andermans eigendom. De rechtbank acht de hoeveelheid feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd strafverzwarend. Deze vorm van criminaliteit is niet te vergelijken met eenvoudige winkeldiefstal, hetgeen in de hoogte van de op te leggen straf tot uiting dient te komen.
Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij in Nederland eerder is veroordeeld, maar niet voor een soortgelijk feit. Ook liep verdachte nog in een proeftijd van een eerdere veroordeling. Kennelijk heeft dit verdachte er niet van weerhouden om wederom strafbare feiten te plegen. Uit het strafblad blijkt ook dat ten aanzien van een deel van de feiten artikel 63 Sr van toepassing is.
De ernst en hoeveelheid van de feiten rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur. De rechtbank ziet geen ruimte voor een voorwaardelijk strafdeel, zoals voorgesteld door de verdediging. Omdat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt, zal zij afwijken van de eis van de officier van justitie. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank rekening gehouden met de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, meer in het bijzonder de straf die is opgelegd aan medeverdachte [medeverdachte 2] en de oriëntatiepunten van het LOVS voor dergelijke feiten.
Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds en voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden is.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 47, 57, 63, 311 en 420bis.1 van het Wetboek van
Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8.Beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1: medeplegen van eenvoudig witwassen, meermalen gepleegd;
feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;
feit 3: diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;
feit 4. diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;
feit 5: diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd:
feit 6: diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;
feit 7: diefstal door twee of meer verenigde personen;
feit 8: diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd:
verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 15 (vijftien) maanden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. Polak, voorzitter, en mr. J.F.C. Janssen en
mr. H. Skalonjic, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. Holtgrefe, griffier, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 24 december 2025.
De oudste rechter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
1
hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 16 februari 2023 tot en met 02
juni 2023 te
Vlissingen en/of Waalre en/of Enter en/of Almelo en/of Deventer en/of Lelystad
en/of Huizen
en/of Goed en/of Broek op Langedijk en/of Laren en/of Zeist en/of Buitenpost
en/of Damwald,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
voorwerp(en), te weten een (grote) hoeveelheid levensmiddelen en/of
cosmeticaproducten en/of
verzorgingsproducten en/of medicijnen en/of pijstilling en/of anti rookwaren, in
elk geval een
(grote) hoeveelheid producten/artikelen,
voorhanden heeft gehad en/of heeft verworven en/of omgezet en/of overgedragen,
terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en)
vermoeden, dat
dit/deze (voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddelijk of
middelijk -
afkomstig waren uit (eigen) misdrijf/misdrijven;
(art 420quatr lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek
van Strafrecht)
2
hij op een of meerdere tijdstippen op of omstreeks 04 mei 2023 te Goes
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een (grote) hoeveelheid nicotine vervangers (totaal ongeveer 6 stuks) van het merk
Nicorette
en/of een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal ongeveer 69
stuks) van het
merk L’Oréal, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Kruidvat gelegen
aan de [adres 2]
, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) en/of
- een (grote) hoeveelheid make-up artikelen/producten (totaal ongeveer 120 stuks)
van het merk
L’Oréal, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Kruidvat gelegen aan
de [adres 1]
, in elk geval aan een ander toebehoorde(n),
heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht)
3
hij op een of meerdere tijdstippen of omstreeks 16 februari 2023 te Waalre
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een (grote) hoeveelheid make-up producten (totaal ongeveer 21 stuks) van het
merk L’Oréal, in
elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Kruidvat gelegen aan [adres 3]
, in
elk geval aan een ander toebehoorde(n) en/of
- een (grote hoeveelheid make-up producten (totaal ongeveer 21 stuks) van het
merk L’Oréal, in
elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Kruidvat Gelegen aan [adres 4]
, in
elk geval aan een ander toebehoorde(n),
heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht)
4
hij op of omstreeks 11 mei 2023 te Huizen en/of Laren en/of Zeist,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een (grote) hoeveelheid antirookwaren (totaal ongeveer 11 stuks) van het merk No
Name en/of
een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal ongeveer 64 stuks)
van het merk
L’Oréal en/of drie toilettassen, dat/die geheel of ten dele aan Kruidvat gelegen aan
de [adres 5]
te Huizen, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) en/of
- een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal ongeveer 72 stuks)
van het merk
L’Oréal en/of een (grote) hoeveelheid pijnstillers (totaal ongeveer 16 stuks) van het
merk
Voltaren, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Kruidvat gelegen aan
de
[adres 6] te Huizen, in elk geval aan een ander
toebehoorde(n) en/of
- een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal ongeveer 67 stuks)
van het merk
L’Oréal en/of Max Factor en/of een (grote) hoeveelheid pijnstillers (totaal ongeveer
10 stuks) van
het merk Voltaren, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Kruidvat
gelegen aan de
[adres 7] te Laren, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) en/of
- een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal ongeveer 76 stuks)
van het merk
L’Oréal en/of Maybelline, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
Kruidvat gelegen
aan [adres 8] te Zeist, in elk geval aan een ander toebehoorde(n),
heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht)
5
hij op een of meerdere tijdstippen op of omstreeks 28 april 2023 te Enter en/of
Almelo en/of Deventer, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal ongeveer 50 stuks
mascara), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Kruidvat gelegen aan
de [adres 9] te Enter, in elk geval aan een ander toebehoorde(n)
en/of
- een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal ongeveer 86 stuks)
van het merk L’Oréal, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Kruidvat
gelegen aan [adres 10] te Almelo, in elk geval aan een ander
toebehoorde(n) en/of
- een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal ongeveer 66 stuks)
van het merk L’Oréal, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Kruidvat
gelegen aan de [adres 11] te Deventer, in elk geval aan een ander
toebehoorde(n),
heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht)
6
hij op een of meerdere tijdstippen op of omstreeks 30 april 2023 te Lelystad en/of
Huizen, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een (grote) hoeveelheid pijnstillers (totaal 14 stuks) van het merk Voltaren en/of
een (grote) hoeveelheid anti-rookwaren (totaal ongeveer 17 stuks) van het merk
Nicorette en/of Nicotinell en/of een (grote) hoeveelheid make-up
producten/artikelen (totaal ongeveer 15 stuks) van het merk L’Oréal en/of Max
Factor, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Kruidvat gelegen aan
de [adres 12] te Lelystad, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) en/of
- een (grote) hoeveelheid nicotine vervangers (totaal ongeveer 9 stuks) van het
merk Nicorette en/of een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal
ongeveer 41 stuks) van het merk L’Oréal, in elk geval enig goed, dat/die geheel of
ten dele aan Kruidvat gelegen aan [adres 6] te Huizen, in
elk geval aan een ander toebehoorde(n),
heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
(art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht)
7
hij op of omstreeks 6 mei 2025 te Broek op Langedijk, gemeente Dijk en Waard
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
goed/goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Kruidvat, in
elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
(art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht)
8
hij op een of meerdere tijdstippen op of omstreeks 17 mei 2023 te Buitenpost en/of
Damwald
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal ongeveer 87 stuks)
van het merk L’Oréal, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Kruidvat
gelegen aan de [adres 13] te Buitenpost, in elk geval aan een ander
toebehoorde(n) en/of
- een (grote) hoeveelheid make-up producten/artikelen (totaal ongeveer 98 stuks)
van het merk L’Oréal, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Kruidvat
gelegen aan de [adres 14] te Damwald, in elk geval
aan een ander toebehoorde(n),
heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht)