Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verdere procesverloop
- de in deze zaak gegeven beschikkingen van 28 juli 2025, 7 augustus 2025 en 2 september 2025 en de daarin genoemde stukken;
- de brief met bijlage van de GI van 4 december 2025, ingekomen bij de griffie op 9 december 2025;
- de tijdens de zitting door mr. Yeral overhandigde brief van GGZ WNB van 12 december 2025.
2.De feiten
3.Het (resterende) verzoek
4.Het (nadere) standpunt van de GI
5.Het standpunt van de ouders en het advies van de Raad
6.De (nadere) beoordeling
[minderjarige 2] en [minderjarige 3]de komende vijf maanden voort te laten duren - te weten tot 11 juni 2026 - met een aanhouding van het resterende deel van het verzoek. Op die manier kan de kinderrechter de situatie nauwlettend in de gaten blijven houden en een vinger aan de pols blijven houden.
[minderjarige 1]geldt dat zij per [geboortedag 1] 2026 de meerderjarige leeftijd heeft bereikt. De kinderrechter zal machtiging tot uithuisplaatsing die op haar ziet, verlengen tot die datum. De kinderrechter volgt daarin het advies van de Raad; wanneer [minderjarige 1] nu naar huis gaat, is de verwachting dat zij zal worden belemmerd in haar positieve ontwikkeling. Momenteel gaat zij naar school en geniet zij daarvan. In de thuissituatie is een schoolgang niet gegarandeerd, wat mogelijk leidt tot een terugval in oude patronen. Van de GI wordt verlangd dat zij in de komende periode samen met [minderjarige 1] en de ouders een toekomstplan maken, in die zin dat helder wordt hoe de weg van [minderjarige 1] naar zelfstandigheid er uit gaat zien. Van belang daarbij is dat de mogelijkheden van begeleid wonen of verblijf bij een Fasehuis wordt onderzocht.
de oudersdat zij zich zullen inzetten voor het IAG-traject en handhaaft daarnaast de voorwaarden zoals deze eerder door de GI zijn gesteld en door de kinderrechter zijn overgenomen, inhoudende als volgt:
van de GIdat zij hem, uiterlijk op
14 mei 2026 PRO FORMAin een schriftelijk verslag, onder gelijktijdige verzending daarvan aan de advocaat van de ouders en de Raad, informeert over de actuele stand van zaken ten aanzien van:
7.De beslissing
14 mei 2026 PRO FORMA, in afwachting van het schriftelijke verslag van de GI, zoals is weergegeven in rechtsoverweging 6.9.;