Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
in de periode van 3 september 2025 tot en met 6 september 2025 te [plaats 2] ,
- in een woning, te weten aan de [adres 1] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een etui en manicureset en twee horloges, die aan mevrouw [aangeefster] toebehoorden en
- in een woning, te weten aan de [adres 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een gouden ketting, die aan de heer [aangever 1] toebehoorde en
- in een woning, te weten aan de [adres 3] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, drie tasjes, die aan de heer [persoon 1] toebehoorden en
- in een woning, te weten aan de [adres 4] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, één schoudertas (met inhoud), die aan de heer [persoon 2] toebehoorde en
- in een woning, te weten aan de [adres 5] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, één digitale camera (merk Canon), meerdere bijzondere munten, een uit hout gesneden mes en twee sets manchetknopen, die aan de heer [persoon 3] toebehoorden en
- in een woning, te weten aan de [adres 6] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, autosleutels, die aan de heer [persoon 4] toebehoorden
,heeft weggenomen met het oogmerk om
dezezich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door inklimming;
op 6 september 2025 te [plaats 2] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
- in een woning, te weten aan de [adres 7] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, goederen van zijn gading, die aan de heer [aangever 2]
- in een woning, te weten aan de [adres 8] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, goederen van zijn gading, die aan de heer [aangever 3] toebehoorden
,
dezezich wederrechtelijk toe te eigenen en zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van inklimming
- op een schutting welke toegang geeft tot het dak is geklommen en
- zich de toegang tot die woning heeft verschaft en
- in die woning heeft gezocht naar goederen van zijn gading,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De vorderingen van de benadeelde partijen
8.De wettelijke voorschriften
9.Beslissing
een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
hij in of omstreeks de periode van 3 september 2025 tot en met 6
- in een woning, te weten aan de [adres 1] , alwaar hij,
- in een woning, te weten aan de [adres 2] , alwaar hij, verdachte,
- in een woning, te weten aan de [adres 3] , alwaar hij, verdachte, zich
- in een woning, te weten aan de [adres 4] , alwaar hij, verdachte,
- in een woning, te weten aan de [adres 5] , alwaar hij, verdachte,
- in een woning, te weten aan de [adres 6] , alwaar hij, verdachte,
heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft
( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht, art
311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 2 Wetboek van Strafrecht )
hij op of omstreeks 6 september 2025 te [plaats 2] , in elk geval in
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
- in een woning, te weten aan de [adres 7] , alwaar hij, verdachte, zich
- in een woning, te weten aan de [adres 8] , alwaar hij,
weg te nemen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
en zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen
- op een schutting welke toegang geeft tot het dak is geklommen en/of
- zich de toegang tot die woning heeft verschaft en/of
- in die woning heeft gezocht naar enig(e) goed(eren) van zijn gading,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht, art
311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 2 Wetboek van Strafrecht, art
45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )