ECLI:NL:RBZWB:2025:9232
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te een plaats, vastgesteld op €508.000 per 1 januari 2022, en de daarbij behorende aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2023. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard en de waarde gehandhaafd. De rechtbank heeft het beroep op 27 november 2024 behandeld.
De woning betreft een vrijstaande woning uit 1920 met diverse bijgebouwen en een grondoppervlakte van 833 m². De heffingsambtenaar heeft de waarde bepaald via de vergelijkingsmethode met referentiewoningen die qua bouwtype, oppervlakte en ligging vergelijkbaar zijn, hoewel niet identiek qua bouwjaar. De rechtbank oordeelt dat de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen zoals ligging en bouwjaar.
Belanghebbende stelde dat onvoldoende rekening is gehouden met de staat van onderhoud en voorzieningen van de woning, zoals een gedateerde badkamer en keuken en slecht schilderwerk. De rechtbank concludeert echter dat de toegepaste correctiefactoren voor luxe en onderhoud passend zijn en dat geen neerwaartse correctie nodig is.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag OZB gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en de aanslag OZB is ongegrond verklaard, waardoor de vastgestelde waarde van €508.000 gehandhaafd blijft.