ECLI:NL:RBZWB:2025:9236
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag BPM en toekenning dwangsom en immateriële schadevergoeding
Belanghebbende, een VOF, kreeg een naheffingsaanslag BPM opgelegd van € 5.740 na een hertaxatie van een Volkswagen Tiguan. De inspecteur had het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank beoordeelde of de aanslag terecht was en of het vertrouwensbeginsel was geschonden, de herleidingsmethode toegepast mocht worden, de historische nieuwprijs correct was vastgesteld en of waardevermindering wegens schade terecht was meegenomen.
De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht was vastgesteld en dat het vertrouwensbeginsel niet was geschonden. De herleidingsmethode werd door de Hoge Raad uitgesloten. De historische nieuwprijs werd vastgesteld op € 55.615 en de waardevermindering wegens schade niet erkend vanwege het ontbreken van een geldig taxatierapport binnen de één maandtermijn. Wel werd een dwangsom van € 161 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn voor uitspraak op bezwaar.
Daarnaast werd belanghebbende een immateriële schadevergoeding van in totaal € 1.000 toegekend, waarvan € 272,73 voor rekening van de inspecteur en € 727,27 voor rekening van de Staat. De proceskosten en griffierecht werden aan belanghebbende toegekend. De uitspraak op bezwaar werd vernietigd, maar de naheffingsaanslag en belastingrente bleven gehandhaafd.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard vanwege dwangsom en immateriële schadevergoeding, naheffingsaanslag en belastingrente gehandhaafd.