ECLI:NL:RBZWB:2025:9236
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag BPM en belastingrente door VOF tegen de inspecteur van de Belastingdienst en de Staat der Nederlanden
Op 23 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen VOF [belanghebbende] en de inspecteur van de Belastingdienst, alsook de Staat der Nederlanden. De rechtbank beoordeelt het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 12 oktober 2023, waarbij een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) van € 5.740 is opgelegd. De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. Tijdens de zitting op 30 september 2025 zijn de gemachtigde van belanghebbende en de inspecteur verschenen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, maar dat belanghebbende recht heeft op een dwangsom en vergoeding van immateriële schade. De rechtbank concludeert dat de inspecteur de naheffingsaanslag niet te hoog heeft vastgesteld, maar dat er wel een dwangsom van € 161 verschuldigd is omdat de inspecteur niet tijdig uitspraak op bezwaar heeft gedaan. Daarnaast heeft de rechtbank belanghebbende een schadevergoeding van € 1.000 toegekend vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De uitspraak op bezwaar is vernietigd, maar de naheffingsaanslag en belastingrentebeschikking blijven gehandhaafd. De rechtbank heeft ook de proceskostenvergoeding vastgesteld op € 1.554.