ECLI:NL:RBZWB:2025:9238
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van een naheffingsaanslag BPM en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 23 december 2025, wordt het beroep van belanghebbende B.V. tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst beoordeeld. De inspecteur had een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) opgelegd van € 5.096, welke door belanghebbende werd betwist. De rechtbank heeft de zaak op 30 september 2025 behandeld, waarbij de gemachtigde van belanghebbende, mr. M.U. Sahin, en de inspecteur vertegenwoordigd door mr. [inspecteur 1] en [inspecteur 2] aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, maar tot een te hoog bedrag. De hoogte van de historische nieuwprijs en de waardevermindering door schade waren de belangrijkste geschilpunten. Belanghebbende had een taxatierapport overgelegd, maar de inspecteur had een hertaxatie laten uitvoeren die geen schade constateerde. De rechtbank concludeert dat de historische nieuwprijs moet worden vastgesteld op € 119.846 en dat de verschuldigde BPM € 9.834 bedraagt. Aangezien belanghebbende al € 4.977 had voldaan, moet de naheffingsaanslag worden verminderd tot € 4.857.
Daarnaast heeft belanghebbende verzocht om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn met ongeveer een jaar en acht maanden is overschreden en kent een schadevergoeding toe van € 2.000, waarvan € 1.200 voor rekening van de inspecteur en € 800 voor de Staat. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar, vermindert de naheffingsaanslag en kent proceskostenvergoeding toe aan belanghebbende.