Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de stopzetting van haar WIA-uitkering van 6 februari 2025. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 3 september 2025 in gebreke heeft gesteld, waarna twee weken zijn verstreken zonder besluit.
Het UWV gaf aan dat het tekort aan verzekeringsartsen de vertraging veroorzaakt en dat onduidelijk is wanneer een besluit kan worden genomen. De rechtbank oordeelt dat een termijn van vier maanden redelijk is om zorgvuldig te kunnen beslissen, gelet op het belang van eiseres om binnen afzienbare tijd duidelijkheid te krijgen.
De rechtbank legt het UWV een dwangsom op van €100 per dag dat de beslissing langer uitblijft, met een maximum van €15.000. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van in totaal €506,50 aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 22 december 2025.