Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet WIA, ingediend op 12 mei 2025.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden, ondanks ingebrekestelling op 20 augustus 2025. Het beroep wordt daarom kennelijk gegrond verklaard en het UWV wordt opgedragen alsnog binnen een redelijke termijn een besluit te nemen.
Hoewel de wettelijke termijn twee weken bedraagt, acht de rechtbank een langere termijn van vier maanden redelijk vanwege het tekort aan verzekeringsartsen en het belang van zorgvuldige besluitvorming.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de nieuwe termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 22 december 2025.