Eiser heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat het UWV niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar tegen het besluit van 1 augustus 2024 over de mate van arbeidsongeschiktheid onder de Wet WIA.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is vanwege de overschrijding van de beslistermijn. Eiser had het UWV op 12 mei 2025 in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken verstreken zonder besluit. Het UWV gaf aan dat het tekort aan verzekeringsartsen de vertraging veroorzaakt en dat het onduidelijk is wanneer een besluit kan worden genomen.
De rechtbank stelt een redelijke termijn van vier maanden vast waarbinnen het UWV alsnog moet beslissen. Tevens wordt aan het UWV een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Daarnaast moet het UWV het griffierecht van €53 aan eiser vergoeden.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 22 december 2025. Partijen worden geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.