Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een WIA-uitkering van 26 februari 2025. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden, ondanks ingebrekestelling op 18 september 2025.
Het UWV gaf aan dat een tekort aan verzekeringsartsen de reden is voor de vertraging en dat onduidelijk is wanneer een besluit kan worden genomen. De rechtbank vindt het belang van zorgvuldige besluitvorming belangrijk, maar ook dat eiseres binnen afzienbare tijd duidelijkheid moet krijgen. Daarom wordt een termijn van vier maanden opgelegd om alsnog te beslissen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 22 december 2025.