Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen een WIA-uitkeringsbesluit van 29 mei 2024. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 23 december 2024 in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Hoewel de standaardtermijn twee weken is, acht de rechtbank een langere termijn van vier maanden redelijk vanwege het belang van zorgvuldige besluitvorming en het tekort aan verzekeringsartsen dat het UWV heeft aangevoerd.
Daarnaast legt de rechtbank het UWV een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het besluit uitblijft na deze termijn, met een maximum van €15.000. Het griffierecht wordt aan eiseres vergoed. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 22 december 2025.