ECLI:NL:RBZWB:2025:9254

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
24 december 2025
Zaaknummer
12-700331-05
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege

In deze zaak heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 30 december 2025 een beslissing genomen over de verlenging van de terbeschikkingstelling (tbs) van een betrokkene, die in 1982 is geboren en momenteel verblijft in een forensisch psychiatrische kliniek. De tbs is oorspronkelijk opgelegd wegens verkrachting en andere seksuele delicten, en is in 2011 omgezet naar tbs met verpleging van overheidswege. De rechtbank heeft vastgesteld dat de betrokkene nog steeds lijdt aan een autismespectrumstoornis, narcistische persoonlijkheidstrekken en een parafilie, wat bijdraagt aan een hoog recidiverisico. De rechtbank heeft de vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de tbs met twee jaar toegewezen, na een openbare zitting op 18 december 2025 waarin de betrokkene en zijn raadsvrouw, mr. S. van Minderhout, zijn gehoord. De deskundige van de instelling heeft geadviseerd om de tbs te verlengen, gezien de beperkte behandelontwikkeling en het aanhoudende recidivegevaar. De rechtbank oordeelt dat de verlenging van de tbs noodzakelijk is om de veiligheid van anderen te waarborgen, en dat er geen aanleiding is voor een kortere verlenging. De beslissing is genomen in het belang van de behandeling en resocialisatie van de betrokkene, waarbij de rechtbank ook rekening houdt met de ernst van de delicten en de huidige behandelstatus.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 12-700331-05
Beslissing van de meervoudige kamer van 30 december 2025 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
verblijvende in FPC [locatie] [adres] (hierna: de instelling),
hierna: betrokkene,
raadsvrouw mr. S. van Minderhout, advocaat te Breda.

1.Inleiding

Bij vonnis van de rechtbank Middelburg van 3 juli 2006 is betrokkene wegens verkrachting en het meermalen plegen van feitelijke aanranding van de eerbaarheid, veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf en tbs met voorwaarden. De tbs met voorwaarden is bij beslissing van de rechtbank van 19 juli 2011 omgezet in tbs met verpleging van overheidswege. Bij beslissing van het gerechtshof Arnhem van 3 december 2012 is de beslissing van de rechtbank vernietigd en is bevolen dat betrokkene alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.
De rechtbank constateert dat het hier voor wat betreft verkrachting gaat om een misdrijf als
bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De tbs is op 23 december 2007 aangevangen.
De termijn van de tbs met verpleging van overheidswege is bij beslissing van 20 december 2023 verlengd met twee jaren.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 6 november 2025 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs met bevel tot verpleging met twee jaren.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 18 december 2025 behandeld. De officier van justitie, mr. L.J. den Braber, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw. Voorts is als deskundige gehoord [persoon] , GZ-psycholoog bij de instelling.

3.Adviezen

3.1.
Advies instelling
De instelling heeft in het rapport van 22 oktober 2025 geadviseerd de tbs met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaar. Betrokkene is een affectief en pedagogisch verwaarloosde man met een autismespectrumstoornis, narcistische persoonlijkheidstrekken en een parafilie. Deze problematiek speelde een (grote) rol in de indexdelicten. Ondanks langdurige therapie en eigen inzet is zijn problematiek tot op heden slechts beperkt beïnvloedbaar gebleken. Hoewel er kleine stappen in de behandeling zichtbaar zijn, blijven probleembesef en inzicht gering. Betrokkene is gebaat bij ondersteuning in de interpretatie van sociale situaties en bij concrete gedragsinstructies. Met name extern risicomanagement door een professioneel netwerk is daarbij essentieel. Tevens vormt libidoremmende medicatie een belangrijk onderdeel van het risicomanagement. De aanwezige autismespectrumstoornis draagt bij aan de moeizame beïnvloedbaarheid van zijn problematiek. Binnen de instelling is een tweede behandelpoging gestart, waarbij betrokkene inzet toont en meewerkt. Kort voor indiening van het verzoek werd vastgesteld dat betrokkene bij een internetcontrole niet open was over zijn pornogebruik, waarbij wederom criminogene factoren als seksueel copinggedrag en problemen met het reguleren van negatieve emoties een rol speelden. Hierdoor is besloten de behandeling weer te richten op het zorgvuldig herstarten van begeleide verloven. Voorgenomen stappen voor de komende periode zijn analyse van recent delictgerelateerd gedrag en integreren bevindingen in terugvalpreventieplannen, hervatten van begeleid verlof en psychotherapie op criminogene factoren. De problematiek van betrokkene is actueel evenals de risicofactoren. Gezien de ernst van de problematiek, de beperkte behandelontwikkeling, de ernst van de delicten en het hoge recidiverisico, is de meest intensieve vorm van risicomanagement nodig in het kader van de tbs-behandeling met dwangverpleging om het hoge recidiverisico te matigen. In geval van voorwaardelijke beëindiging van het bevel tot verpleging wordt het risico op recidive als hoog ingeschat. Betrokkene heeft tijdens zijn verblijf in de vorige instelling meerdere malen en recent ook in de huidige instelling zijn afspraken en voorwaarden geschonden op het moment dat de kaders verruimd worden. Zichtbaar is dat meerdere van de terugvallen hebben plaatsgevonden omdat betrokkene niet open is geweest over zijn frustraties, gevoelens en gedragingen. In het geval van voorwaardelijke beëindiging is er onvoldoende toezicht en kan betrokkene vervallen in delictgedrag. Gelet op het voorgaande, wordt geadviseerd de tbs met twee jaar te verlengen.
Ter zitting heeft de deskundige daaraan toegevoegd dat de periode vanaf oktober tot nu ingewikkeld is geweest. Het is inmiddels weer mogelijk om met elkaar in gesprek te gaan. De terugvalanalyse is nog gaande en de uitkomst ervan zal worden geïntegreerd in de risicomanagement taxatie. Aan de hand daarvan zal ook worden bezien welke stappen gezet kunnen worden op het gebied van verloven. Op dit moment is het risico op een terugval hoog als het huidige tbs-kader vervalt, omdat nog steeds sprake is van bepaalde patronen bij betrokkene. Er lijkt wel sprake van kleine enige verzachting. De stappen die betrokkene zet zijn klein, waardoor het traject lang duurt. Verlenging voor de duur van twee jaar is noodzakelijk, waarbij goed moet worden gekeken naar alternatieve routes. Een zorgconferentie zou een mogelijkheid kunnen zijn als er na de uitkomst van de terugvalanalyse een behandelimpasse ontstaat en de behandeling vastloopt. Dat is op dit moment nog niet aan de orde. De uitkomst van de terugvalanalyse moet eerst worden afgewacht.

4.Standpunt van partijen

4.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met bevel tot verpleging met twee jaar te verlengen gebleven, gelet op het advies van de instelling en de hele voorgeschiedenis. Voor het beperken van de termijn van de verlenging moet het reëel en aannemelijk zijn dat binnen een jaar kan worden gedacht aan voorwaardelijke beëindiging van de tbs. Dat is niet aan de orde. Voor een zorgconferentie wordt op dit moment geen aanleiding gezien, nu eerst de uitkomst van de terugvalanalyse afgewacht moet worden. Als naar aanleiding daarvan blijkt dat de behandeling volledig is vastgelopen, kan een zorgconferentie alsnog worden overwogen.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
Betrokkene en de raadsvrouw hebben verlenging van de terbeschikkingstelling bepleit met één jaar. De raadsvrouw refereert zich aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de wettelijke vereisten. Betrokkene verblijft nu twee jaar in de instelling en daar zijn belangrijke ontwikkelingen geweest. Hij is open in de gesprekken en wil behandeld worden. Hij voelt zich meer gehoord in de huidige instelling dan in de vorige. De behandeling verliep goed en betrokkene heeft grote stappen gezet. Er zou onbegeleid verlof aangevraagd worden, maar door de gebeurtenis in augustus is de aanvraag ingetrokken en zijn ook de begeleide verloven stop gezet. Er zijn verschillende visies over die gebeurtenis. Gesteld wordt dat er sprake was van een terugval, terwijl het volgens betrokkene slechts om onduidelijke communicatie ging. Een terugvalanalyse is nog gaande. Betrokkene staat in de tussentijd stil, terwijl perspectief van groot belang is. Het beperken van de termijn van de verlenging kan daaraan bijdragen. Het is belangrijk dat er stappen gezet blijven worden, gelet op de lange behandelduur en de impasses die er in andere instellingen zijn geweest. Stilstand is niet helpend voor de motivatie van betrokkene en als hij geen kansen krijgt om grote(re) stappen te zetten, kan hij zich ook niet bewijzen. Aan de rechtbank wordt verzocht zich uit te laten over de wenselijkheid van een zorgconferentie om de volgende stappen en het perspectief te kunnen bespreken.

5.Beoordeling

De rechtbank is bevoegd om van de vordering kennis te nemen, omdat zij in eerste aanleg
kennis heeft genomen van de misdrijven ter zake waarvan de tbs is gelast. De vordering is
tijdig ingediend, dat wil zeggen niet eerder dan twee maanden en niet later dan één maand
voor het tijdstip waarop de tbs door tijdsverloop zou eindigen. De officier van justitie is
ontvankelijk in de vordering.
De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. De rechtbank stelt op grond van het advies van de instelling vast dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van stoornissen, te weten een autismespectrumstoornis, narcistische persoonlijkheidstrekken en een parafilie. Deze
problematiek heeft een grote rol gespeeld bij het plegen van de indexdelicten. Het recidiverisico bij het wegvallen van het huidige tbs-kader wordt ingeschat als hoog. Gezien de ernst van de problematiek, de beperkte behandelontwikkeling, de ernst van de indexdelicten en het hoge recidiverisico, is de meest intensieve vorm van risicomanagement nodig in het kader van de tbs-behandeling met dwangverpleging om het hoge recidiverisico te matigen. Er wordt dus nog steeds voldaan aan het wettelijke criterium voor verlenging van de tbs met verpleging van overheidswege.
De rechtbank verlengt de tbs in beginsel met een termijn van twee jaren wanneer
aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde
in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij
een verlenging van de tbs met een termijn van een jaar. Slechts in uitzonderlijke omstandigheden kan in een dergelijke situatie toch voor slechts één jaar worden verlengd. Van zo’n uitzonderlijke omstandigheid is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake.
Uit de inlichtingen van de instelling blijkt dat de behandeling op dit moment stilstaat vanwege een gebeurtenis in augustus, naar aanleiding waarvan op dit moment een terugvalanalyse gaande is. De begeleide verloven zijn hierdoor stopgezet. Naar aanleiding van de uitkomst van de terugvalanalyse zal vanuit de instelling worden bezien wat de vervolgstappen zijn. Verder blijkt uit de inlichtingen dat de stappen die worden gezet, klein zijn en dat de behandelontwikkeling beperkt is. De verwachting is daarom niet reëel dat binnen de periode van een jaar aan een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging kan worden gedacht. De rechtbank is daarom van oordeel dat een jaar te kort is om tot een afronding van de tbs-maatregel te kunnen komen. Gelet op het plan van de instelling voor de komende tijd, ziet de rechtbank geen aanleiding om de termijn te beperken tot een jaar om een vinger aan de pols houden.
De rechtbank is daarom van oordeel dat de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene moet worden verlengd met twee jaar.
Gelet op de aard van de gediagnosticeerde stoornissen, de ernst van de indexdelicten en het
ingeschatte recidivegevaar in het geval van beëindiging van de maatregel is de rechtbank
van oordeel dat met een verlenging van de tbs-maatregel met twee jaar de grenzen van de proportionaliteit en subsidiariteit niet worden overschreden.
De rechtbank ziet geen aanleiding om, zoals door de verdediging is verzocht, een standpunt in te nemen over de wenselijkheid van het beleggen van een zorgconferentie. Uit de inlichtingen van de instelling blijkt dat op dit moment een terugvalanalyse wordt gedaan en dat aan de hand van de uitkomst daarvan zal worden bezien hoe de behandeling verder kan worden ingericht en wat het verdere perspectief is. Van een impasse in de behandeling van betrokkene is daarom op dit moment geen sprake.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van betrokkene met
2 (twee)jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. L.W. Boogert, voorzitter,
en mr. G.H. Nomes en mr. H. Skalonjic, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.J. van der Welle, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 30 december 2025.