Op 7 maart 2025 werkte de aangever als werknemer in het café van verdachte. Tijdens een incident waarbij een gast de aangever aan de tepels kneep, greep verdachte onverhoeds met zijn hand in het geslachtsdeel van de aangever. De aangever verklaarde dit, ondersteund door een getuige en camerabeelden. Verdachte ontkende aanraking, maar de rechtbank hechtte meer waarde aan de verklaringen en beelden.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van opzetaanranding, omdat het onverwachts en gericht betasten van een seksueel lichaamsdeel getuigt van opzettelijk handelen zonder ruimte voor de wil van de ander. De ontkenning van seksuele intenties door verdachte was irrelevant. Er was geen aanwijzing dat de aangever dit had toegestaan.
De officier van justitie vorderde een taakstraf van tachtig uur en vier weken gevangenisstraf, terwijl de verdediging pleitte voor een geheel voorwaardelijke taakstraf. De rechtbank legde een onvoorwaardelijke taakstraf van tachtig uur op, met vervangende hechtenis van veertig dagen bij niet-nakoming, rekening houdend met het strafblad en het lage recidiverisico van verdachte.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen en verklaarde hem strafbaar voor opzetaanranding. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 24 december 2025.