ECLI:NL:RBZWB:2025:9255

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
24 december 2025
Zaaknummer
02-162898-25
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor opzetaanranding met betrekking tot seksuele intimidatie in horecagelegenheid

Op 24 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van opzetaanranding. De zaak vond zijn oorsprong op 7 maart 2025, toen de aangever, een werknemer van de verdachte, in de horecagelegenheid van de verdachte aan het werk was. Tijdens zijn werk werd de aangever door een gast aan zijn tepels geknepen, waarna de verdachte, die naast deze gast stond, onverhoeds in het geslachtsdeel van de aangever greep. De rechtbank heeft de verklaringen van de aangever en getuigen, alsook camerabeelden, in overweging genomen. De rechtbank oordeelde dat de verdachte opzettelijk handelde door de seksuele integriteit van de aangever te schenden, en dat de handeling niet kon worden gerechtvaardigd door de omstandigheden. De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van tachtig uur en vervangende hechtenis van veertig dagen indien de taakstraf niet naar behoren werd verricht. De rechtbank hield rekening met het strafblad van de verdachte, dat geen eerdere veroordelingen vertoonde, en het reclasseringsadvies dat een laag recidiverisico aangaf. De uitspraak benadrukt de ernst van de inbreuk op de seksuele integriteit van de aangever en de verantwoordelijkheden van de verdachte als werkgever.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-162898-25
Vonnis (vul parketnummer in)van de meervoudige kamer van 24 december 2025
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971,
wonende aan de [adres] ,
raadsvrouw: mr. M. Schmit, advocaat in Rotterdam.

1.Het onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 10 december 2025, waarbij de officier van justitie mr. Y.E.Y. Vermeulen en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte aangever heeft aangerand of in het openbaar seksueel heeft geïntimideerd.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetaanranding.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van opzet- of schuldaanranding kan komen. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte stevig in het geslachtsdeel van aangever heeft gegrepen en ook niet dat de handeling van verdachte een seksuele lading had. Wel kan de subsidiair ten laste gelegde seksuele intimidatie bewezen worden verklaard.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
De feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt eerst de relevante feiten en omstandigheden op grond van de bewijsmiddelen vast. Op 7 maart 2025 werkte aangever bij [restaurant] in [plaats] , de horecagelegenheid van verdachte. Verdachte was die dag ook aanwezig maar op dat moment niet meer aan het werk. Op enig moment liep aangever in de buurt van een van de aanwezige gasten. Deze gast kneep vervolgens in de tepel van aangever. Terwijl aangever probeerde deze gast met beide armen op afstand te houden maakte verdachte, die naast deze gast stond, met zijn hand een beweging naar het geslachtsdeel van aangever. Een werkneemster, getuige [getuige] , zo blijkt uit de beelden, stond op dat moment op slechts enkele meters van de situatie af en keek in die richting.
Verklaring aangever
Aangever heeft verklaard dat hij door verdachte op dat bewuste moment in zijn kruis is gegrepen.
Het alternatieve scenario
Verdachte schetst een alternatief scenario. Volgens hem maakte hij slechts een zwaai richting het geslachtsdeel. Hij denkt dat hij aangever daarbij niet heeft aangeraakt. De rechtbank volgt dit scenario niet. Zij hecht meer geloof aan de aangifte omdat die wordt ondersteund door de verklaring van werkneemster [getuige] , dat eerst gast [persoon] aan de tepels van aangever draaide, dat aangever de gast daarop van zich af duwde en dat verdachte ondertussen met zijn hand naar het geslachtsdeel van aangever reikte en dat stevig vastpakte. Verder zijn er de camerabeelden waarop naar het oordeel van de rechtbank te zien is dat verdachte onverhoeds richting het geslachtsdeel van aangever grijpt.
De opzetaanranding
De rechtbank stelt voorop dat opzetaanranding onder meer betrekking heeft op situaties waarin iemand opzettelijk de wil van de ander negeert. Dit omvat ook gevallen van onverhoeds handelen. Het onverwachts en gericht op seksuele wijze betasten van iemand getuigt van opzettelijk handelen. Diegene is zich bewust van de aantasting van de seksuele integriteit en wil de ander geen ruimte geven om zich hiertegen uit te spreken. [1] Van een seksuele handeling is sprake bij een aanraking van een seksueel lichaamsdeel zoals een geslachtsdeel. [2]
De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak sprake is van opzetaanranding. Verdachte heeft onverhoeds in het geslachtsdeel van aangever gegrepen, een seksueel lichaamsdeel. Door zo te handelen heeft verdachte aangever geen ruimte gelaten om daarover zijn wil te uiten. De omstandigheid dat verdachte naar zijn eigen zeggen geen seksuele bedoelingen had, is daarbij niet relevant. Voor de volledigheid merkt de rechtbank op dat zij geen enkel aanknopingspunt heeft gevonden voor een setting waarin aangever dit soort handelen zou hebben toegelaten. Integendeel, aangever weerde zich kort voor het handelen van verdachte nog af toen een gast hem in zijn tepel kneep, waarna verdachte nog een stap verder ging.
4.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
op 7 maart 2025 te [plaats] , gemeente Moerdijk, met een persoon, te weten [aangever] een seksuele handeling heeft verricht, te weten
- het betasten van de penis van die [aangever] terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [aangever] daartoe de wil ontbrak.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

De strafbaarheid van het feitEr zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluit. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
De strafbaarheid van verdachteVerdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van tachtig uur en een gevangenisstraf van vier weken.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt de rechtbank om, in het geval van een veroordeling voor de aanranding, een geheel voorwaardelijke taakstraf op te leggen, met een proeftijd van twee jaar.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
De ernst van het feitVerdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetaanranding van aangever, zijn destijds achttienjarige werknemer. Terwijl aangever aan het werk was in het café van verdachte, greep verdachte onverhoeds in het geslachtsdeel van aangever. Dit gebeurde direct nadat één van de cafégasten aan de tepels van aangever draaide, terwijl verdachte ernaast stond. In plaats van zijn verantwoordelijkheid als werkgever te nemen en zijn werknemer te beschermen, heeft verdachte er nog een schep bovenop gedaan. Mede gelet op zijn eigen leeftijd en zijn rol als werkgever, had verdachte beter moeten weten. Hij heeft een inbreuk gemaakt op de seksuele integriteit van aangever. Het feit dat aangever direct ontslag heeft genomen bij verdachte, toont aan dat dit incident grote impact heeft gehad op aangever.
Het strafbladDe rechtbank heeft gezien dat uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld en houdt daar rekening mee.
Het advies van de reclasseringDe rechtbank houdt verder rekening met het reclasseringsadvies. De reclassering schrijft dat verdachte zijn leven op orde lijkt te hebben. Vrijwel alle leefgebieden worden als stabiel omschreven. De reclassering ziet geen aanwijzingen voor psychische problemen, seksueel afwijkend gedrag en problematisch middelengebruik. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden omdat zij vindt dat interventies of toezicht niet nodig is.
De straf
Gelet op al het voorgaande en de straffen die in soortgelijke zaken werden opgelegd, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke taakstraf van tachtig uur passend en geboden. Deze taakstraf wordt vervangen door veertig dagen hechtenis als de taakstraf niet of niet naar behoren wordt verricht.

7.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d en 241 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert: opzetaanranding;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een taakstraf van 80 (tachtig) uur;
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast van
40 (veertig) dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. Akdikan, voorzitter,
en mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos en mr. A.L. Hoekstra, rechters,
in tegenwoordigheid van M.R. Tafazzul, griffier,
en is uitgesproken ter de openbare zitting op 24 december 2025.
De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.