ECLI:NL:RBZWB:2025:9257

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
24 december 2025
Zaaknummer
11754371 \ CV EXPL 25-3028
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van 't Nedereind
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst wegens huurachterstand met voorwaardelijk vonnis

Stichting TIWOS vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [huurder] wegens een huurachterstand. De huurovereenkomst betreft een woning verhuurd sinds maart 2023 met een maandelijkse huur van € 877,39, geïndexeerd tot € 915,86 in juli 2025. [huurder] heeft een huurachterstand opgebouwd, waarop Stichting TIWOS heeft aangemaand en schuldhulpverlening heeft aangeboden.

De bewindvoerder van [huurder] is formeel partij in de procedure, aangezien het vermogen van [huurder] onder bewind is gesteld na dagvaarding. Partijen zijn het eens geworden over een voorwaardelijk vonnis met afspraken over de betalingsregeling van de huurachterstand (€ 4.864,34 inclusief incassokosten en rente), proceskosten en voortzetting van het bewind en overleg.

De kantonrechter wijst de vorderingen toe, ontbindt de huurovereenkomst en legt een ontruimingstermijn van veertien dagen op na betekening van het vonnis indien [huurder] zich niet aan de afspraken houdt. Tevens wordt een gebruiksvergoeding van € 915,86 per maand toegewezen vanaf de ontbinding tot ontruiming. De proceskosten worden aan [huurder] opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en [huurder] veroordeeld tot betaling van huurachterstand, gebruiksvergoeding, rente en proceskosten met een ontruimingstermijn van veertien dagen.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11754371 \ CV EXPL 25-3028
Vonnis van 24 december 2025
in de zaak van
STICHTING TIWOS, TILBURGSE WOONSTICHTING,te Tilburg ,
eisende partij,
hierna te noemen: Stichting TIWOS,
gemachtigde: GGN Brabant,
tegen
[bewindvoerder] H.O.D.N. [handelsnaam] IN HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER VAN [huurder] ,te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder] ,
procederend in persoon.
De bewindvoerder zal in diens hoedanigheid (q.q.) verder “ [huurder] ” worden genoemd, procederend in persoon.

1.De zaak in het kort

Deze zaak gaat over de vraag of de huurovereenkomst tussen verhuurder Stichting TIWOS en [huurder] moet worden ontbonden vanwege een huurachterstand en of [huurder] daarom de huurwoning moet verlaten. Partijen hebben gevraagd om een voorwaardelijk vonnis met hierin de afspraken die partijen hebben gemaakt.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 9 juli 2025;
- het overzicht actuele huurachterstand van Stichting TIWOS van 7 november 2025;
- de mondelinge behandeling van 20 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
2.2.
Daarna heeft de kantonrechter een vonnisdatum bepaald.

3.De feiten

3.1.
Stichting TIWOS verhuurt met ingang van 27 maart 2023 aan [huurder] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt bij dagvaarden een bedrag van € 877,39 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. De huur bedraagt (na indexering) per juli 2025 een bedrag van € 915,86. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
3.2.
[huurder] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Stichting TIWOS heeft [huurder] aangemaand op 13 januari 2025 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.
3.3.
Stichting TIWOS heeft [huurder] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [huurder] heeft daarop niet afwijzend gereageerd. Stichting TIWOS heeft [huurder] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.

4.De beoordeling

4.1.
Als sprake is van een procedure over een onder bewind gesteld goed – zoals de rechten voortvloeiend uit een huurovereenkomst – moet de bewindvoerder q.q. en niet de rechthebbende zelf in rechte worden betrokken. Dit volgt uit de beslissing van de Hoge Raad van 7 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:525). De goederen van [huurder] zijn in dit geval pas na het uitbrengen van de dagvaarding (bij beschikking van 13 augustus 2025 van de kantonrechter te Tilburg) onder bewind gesteld. Daarbij is [handelsnaam] tot bewindvoerder benoemd. Uit het hiervoor genoemde arrest volgt ook dat de bewindvoerder die vervolgens in rechte verschijnt als formele procespartij te gelden heeft en het geding kan overnemen. Dat is hier gebeurd. Dit is in de kop van dit vonnis verwerkt.
4.2.
Na bespreking van de zaak verklaren partijen het eens te zijn geworden over het volgende:
de huurachterstand berekend tot en met de huur over de maand november 2025 bedraagt € 4.864,34 (inclusief € 318,50 aan buitengerechtelijke incassokosten en €42,88 aan wettelijke rente tot 5 juni 2025);
[huurder] dient de proceskosten te betalen, vastgesteld op € 145,45 voor de dagvaarding, € 514,00 voor griffierecht, € 542,00 voor gemachtigdensalaris en € 135,00 voor nakosten, dus in totaal € 1.336,45;
[huurder] blijft onder bewind voor een periode van twee jaar vanaf de dag na heden;
[huurder] blijft regelmatig in gesprek met Stichting TIWOS (door het voeren van evaluatiemomenten van in beginsel 4 keer per jaar);
[huurder] accepteert in overleg met zijn bewindvoerder en (schuld)hulpverlening een op zijn financiële situatie afgestemde betalingsregeling met Stichting TIWOS over het inlopen van de huurachterstand (inclusief proceskostenveroordeling);
[huurder] blijft voldoen aan de lopende huurverplichtingen aan Stichting TIWOS, te betalen steeds uiterlijk op de eerste dag van de maand.
4.3.
Stichting TIWOS wijzigt haar geldvordering tot wat [huurder] op grond van de hiervoor genoemde afspraken verschuldigd is en verzoekt de gevorderde ontbinding en ontruiming voorwaardelijk uit te spreken. [huurder] verzet zich niet tegen toewijzing van de gewijzigde vordering tot voorwaardelijke ontbinding en ontruiming.
4.4.
Gehoord de standpunten van partijen, overweegt de kantonrechter dat de onvoldoende betwiste vorderingen, zoals tijdens de mondelinge behandeling gewijzigd, toewijsbaar zijn, met inachtneming van het volgende.
4.5.
Voor zover de overeenkomst wordt ontbonden doordat één van de voorwaarden intreedt, zal de ontruimingstermijn worden bepaald op veertien dagen. Hierbij wordt overwogen, dat [huurder] , indien zij door de betekening van het vonnis kennis heeft kunnen nemen van de inhoud daarvan, de gelegenheid moet worden geboden om binnen een redelijke termijn tot ontruiming van het gehuurde over te gaan, waarbij een termijn van veertien dagen als een redelijke termijn wordt gezien.
Vervallen huurtermijnen en gebruiksvergoeding
4.6.
Met het oog op wat de kantonrechter in overweging 4.1 heeft overwogen wordt een bedrag van € 915,86 per maand voor nog te vervallen huurpenningen vanaf 1 december 2025 toegewezen, tot aan de datum van ontbinding van de huurovereenkomst. De huurtermijnen tot en met november 2025 zijn al meegenomen in de toe te wijzen huurachterstand. Ook zal worden toegewezen een bedrag van € 915,86 per maand als gebruiksvergoeding voor elke maand of gedeelte daarvan dat [huurder] vanaf de datum van ontbinding van de huurovereenkomst in gebreke blijft het gehuurde te ontruimen. Verder is, voor zover de overeenkomst wordt ontbonden doordat één of meer van de voorwaarden intreedt, de wettelijke huurverhoging enkel toewijsbaar over de bedragen die op grond van de huurovereenkomst verschuldigd zijn, zodat de wettelijke huurverhoging over de gebruiksvergoeding na ontbinding van de huurovereenkomst tot ontruiming van het gehuurde niet wordt toegewezen.
Rente en proceskosten
4.7.
De gevorderde verschenen en toekomstige wettelijke rente over de hoofdsom zal als niet weersproken worden toegewezen zoals hierna (onder 5. De beslissing) bepaald.
4.8.
[huurder] zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten zoals hiervoor onder 4.2. b) vastgesteld.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [huurder] om aan Stichting TIWOS te betalen een bedrag van € 4.864,34 aan huurachterstand tot en met november 2025 (inclusief buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.986,95 vanaf 5 juni 2025 tot aan de dag dat alles is betaald, waarbij bij de berekening van de wettelijke rente rekening moet worden gehouden met de door [huurder] gedane betalingen;
5.2.
veroordeelt [huurder] om aan Stichting TIWOS te betalen een bedrag van € 915,86 per maand, of zoveel hoger als bij wettelijke huurverhoging zou zijn toegelaten, voor iedere ingegane maand vanaf 1 december 2025 tot het tijdstip van ontbinding van de huurovereenkomst en een bedrag van € 915,86 per maand voor iedere ingegane maand na de ontbinding van de huurovereenkomst tot de feitelijke ontruiming van het gehuurde;
5.3.
veroordeelt [huurder] tot betaling van de proceskosten, vastgesteld op € 1.336,45;
5.4.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot het gehuurde (de woning met aan- en toebehoren), staande en gelegen te [adres] en veroordeelt [huurder] om de woning binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis met al zijn spullen en alle gebruikers van de woning (die geen medebewoners zijn) te ontruimen en te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Stichting TIWOS te stellen, indien en zodra [huurder] zich niet houdt aan minimaal één van de volgende afspraken:
  • [huurder] zal blijven voldoen aan de lopende huurverplichtingen aan Stichting TIWOS, te betalen steeds uiterlijk op de eerste dag van de maand;
  • [huurder] blijft onder bewind voor een periode van twee jaar vanaf de dag na heden;
  • [huurder] blijft regelmatig in gesprek met Stichting TIWOS (door het voeren van evaluatiemomenten van in beginsel 4 keer per jaar);
  • [huurder] accepteert in overleg met zijn bewindvoerder en (schuld)hulpverlening een op zijn financiële situatie afgestemde betalingsregeling met Stichting TIWOS over het inlopen van de huurachterstand (inclusief de proceskostenveroordeling);
5.5.
verklaart de hiervoor uitgesproken veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van 't Nedereind en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.