Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.[gedaagde 1] V.O.F.,
2.
[gedaagde 2],
3.
[gedaagde 3],
4.
[gedaagde 4],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser sloot op 25 januari 2024 een koopovereenkomst met gedaagden voor rode, gele en donkere Groningen uien, waarbij levering door afhaling zou plaatsvinden. Gedaagden haalde een deel van de uien niet af, waardoor levering van de donkere Groningen uien niet meer mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat voor de rode uien geen bruto voor netto gewicht was overeengekomen en dat gedaagden reeds correct had betaald. Voor de donkere Groningen uien stelde gedaagden dat een opschortende voorwaarde gold, maar kon dit niet voldoende onderbouwen. De rechtbank stelde vast dat gedaagden tekort was geschoten in haar verplichtingen en veroordeelde haar tot betaling van € 70.850,00 plus wettelijke handelsrente.
Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten van € 1.795,04 en proceskosten van € 10.767,23 toegewezen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en gedaagden hoofdelijk veroordeeld tot betaling.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 70.850,00 voor niet afgehaalde uien, incassokosten en proceskosten, en eiser is bevrijd van resterende verplichtingen.