ECLI:NL:RBZWB:2025:9259

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 december 2025
Publicatiedatum
24 december 2025
Zaaknummer
C/02/437316 / FA RK 25-3451
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvArt. 1:251a lid 4 BWArt. 2 Besluit Gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gezagswijziging na verzoek tot stiefouderadoptie minderjarige afgewezen

De minderjarige heeft via een informele rechtsingang verzocht om adoptie door haar stiefvader. De kinderrechter benoemde een bijzondere curator om de wensen en het begrip van de minderjarige te onderzoeken. De bijzonder curator concludeerde dat de minderjarige de verstrekkende gevolgen van adoptie niet volledig overziet en adviseerde afwijzing van het verzoek.

De moeder en stiefvader zagen geen meerwaarde in adoptie, terwijl de vader het verzoek betreurde en hoopte op behoud van contact. De Raad voor de Kinderbescherming onderschreef het advies van de bijzonder curator. De rechtbank oordeelde dat de informele rechtsingang niet openstaat voor adoptieverzoeken en kon daarom niet inhoudelijk beslissen over de adoptie.

Wel stelde de rechtbank vast dat het gezag over de minderjarige voortaan alleen aan de moeder toekomt, omdat het gezag van de vader een zware last voor de minderjarige vormt. De vader heeft onvoldoende zicht op de ontwikkeling van de minderjarige en kan niet in haar belang beslissen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en wordt geregistreerd in het centraal gezagsregister.

Uitkomst: Het verzoek tot stiefouderadoptie wordt afgewezen en het gezag over de minderjarige wordt voortaan alleen aan de moeder toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/437316 / FA RK 25-3451
datum uitspraak: 29 december 2025
beschikking op de vraag van de minderjarige door middel van een informele rechtsingang
[minderjarige],
hierna te noemen: [minderjarige] ,
geboren op [geboortedag] 2008 te [geboorteplaats] ,
wonende te [plaats 1] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [plaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende te [plaats 2] .
mr. E. [naam], advocaat te Middelburg, in haar hoedanigheid van bijzondere curator over [minderjarige] .
De rechtbank merkt als informant aan:
[de stiefvader] ,
hierna te noemen: de stiefvader,
wonende in [plaats 1] .
De Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, hierna te noemen de Raad, is op grond van artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) betrokken in de zaak om de kinderrechter over de vraag van de minderjarige te adviseren.

1.Het verloop van de zaak

1.1
Op 28 juni 2025 heeft de rechtbank een e-mailbericht ontvangen van [minderjarige] .
1.2
De kinderrechter heeft op 8 augustus 2025 met [minderjarige] gesproken over haar
e-mailbericht.
1.3
Naar aanleiding van dit gesprek heeft de kinderrechter een bijzonder curator over [minderjarige] benoemd om in ieder geval te onderzoeken:
- of [minderjarige] het verzoek tot adoptie en de (verstrekkende) gevolgen hiervan begrijpt;
- wat de wensen en behoeften van [minderjarige] zijn en welke juridische stap daar het beste bij past;
- wat de verwachting is ten aanzien van de rol van de vader in het leven van [minderjarige] .
1.4
De kinderrechter heeft op 30 september 2025 het verslag van de bijzonder curator ontvangen.
1.5
Naar aanleiding van het verslag van de bijzonder curator heeft de kinderrechter de bijzonder curator, de ouders, de stiefvader en de Raad uitgenodigd voor een zitting. De zitting heeft plaatsgevonden op 28 november 2025. Hierbij zijn verschenen:
- de bijzonder curator;
- de moeder;
- de vader;
- de stiefvader;
- een vertegenwoordigster namens de Raad.

2.De feiten

2.1
De ouders van [minderjarige] zijn op 16 december 2006 met elkaar gehuwd. Uit het huwelijk is [minderjarige] geboren. De echtscheiding is op 4 november 2009 tot stand gekomen.
2.2
De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige] .
2.3
[minderjarige] woont bij de moeder en de stiefvader.

3.De vraag van [minderjarige]

3.1
heeft in haar e-mailbericht en tegen de kinderrechter in haar gesprek verteld dat ze wil dat ze wordt geadopteerd door haar stiefvader.

4.De standpunten

4.1
De bijzonder curator heeft in haar verslag en tijdens de mondelinge behandeling gesteld dat [minderjarige] de gevolgen van de adoptie kan opsommen, maar dat ze de verstrekkende gevolgen van een adoptie niet begrijpt en overziet. De wensen en behoeften van [minderjarige] zijn door haar duidelijk verwoord en naar voren gebracht. [minderjarige] wil vooral niets meer met haar vader te maken hebben en wil dat haar stiefvader, die wel als vader voelt, ook juridisch haar vader wordt. De juridische wijziging van de status van vader en stiefvader zal [minderjarige] echter niet de bevestiging geven die zij blijkbaar, ondanks het standpunt van de vader dat [minderjarige] als zijn dochter voelt en een adoptie geen verschil maakt, nog steeds zoekt. Daardoor is er bij [minderjarige] een verantwoordelijkheid komen te liggen die de volwassenen om haar heen niet zien of voelen. De bijzonder curator is van mening dat het gezag van vader over [minderjarige] beëindigd zou kunnen worden om [minderjarige] te zekerheid te geven dat zij, mocht haar moeder niet meer voor haar kunnen zorgen, verder opgroeit bij de stiefvader. [minderjarige] kan (al dan niet wanneer zij meerderjarig is) een verzoek tot geslachtsnaamwijziging indienen. Dat kan de moeder ook voor haar doen. Indien de rechtbank het verzoek tot stiefouderadoptie toch toewijst dan kan de rechtbank de achternaam van [minderjarige] wijzigen in die van stiefvader. In die zin vult de bijzondere curator het verzoek van [minderjarige] voorwaardelijk aan. Echter dient een eventueel ingediend of nog in te dienen verzoek tot stiefouderadoptie te worden afgewezen. Niet alleen acht de bijzonder curator dit niet in het belang van [minderjarige] , ook wordt niet voldaan aan de wettelijke vereisten. [minderjarige] heeft namelijk nog wel iets van haar vader in zijn hoedanigheid van vader te verwachten.
4.2
Door de moeder en de stiefvader is gesteld dat ze er geen meerwaarde van zien wanneer de stiefvader [minderjarige] adopteert. [minderjarige] hoort al bij het gezin en de stiefvader behandelt haar als zijn eigen dochter. Door een eventuele adoptie verandert er in de praktijk niets. De moeder stelt dat het goed gaat met [minderjarige] . Ze hoopt dat haar verzoek wordt ingewilligd, maar als dit niet zo is, kan ze zich hier ook bij neerleggen.
4.3
Door de vader is gesteld dat hij het verzoek van [minderjarige] vervelend vindt. Hij is al 18 jaar aan het strijden om contact met [minderjarige] op te bouwen en dan volgt nu dit verzoek. Het frustreert hem. De vader denkt dat er op [minderjarige] wordt ingepraat en dat ze daarom dit verzoek bij de rechtbank heeft gedaan. De vader wil nog steeds een goede band met zijn dochter. Hij zal altijd voor haar klaarstaan. De vader heeft af en toe wel contact met [minderjarige] via spelletjes op Facebook. Zij zoekt dan zelf contact met hem.
4.4
Door de Raad is tijdens de mondelinge behandeling gesteld dat ze zich kunnen vinden in het advies van de bijzonder curator.

5.De beoordeling van de kinderrechter

5.1
[minderjarige] heeft de kinderrechter een vraag gesteld via de zogenaamde ‘informele rechtsingang’. De informele rechtsingang biedt een kind van twaalf jaar en ouder een eigen toegang tot de rechtbank. Op informele wijze, zoals bijvoorbeeld met een brief, e-mailbericht of telefoontje, kan een kind een vraag aan de kinderrechter stellen. Niet alle vragen van een kind kunnen door de kinderrechter via de informele rechtsingang worden behandeld. In de wet is bepaald dat de kinderrechter op een vraag van een kind van twaalf jaar of ouder ambtshalve alleen een beslissing kan nemen over (1) het toekennen van eenhoofdig gezag, (2) omgang en informatie, (3) de verdeling van de zorg- en opvoedtaken en (4) benoeming van een bijzondere curator.
Stiefouderadoptie
5.2
[minderjarige] wil dat ze wordt geadopteerd door haar stiefvader. Dit valt niet onder één van deze onderwerpen. Dit betekent dat de informele rechtsingang in dit geval niet open staat voor de vraag van [minderjarige] . De rechtbank kan dan ook niet inhoudelijk op de vraag van [minderjarige] beslissen.
Eenhoofdig gezag
5.3
Op grond van artikel 1:251a lid 4 BW kan de rechter na ontbinding van een huwelijk wel ambtshalve bepalen dat het gezag aan één van de ouders toekomt, indien hem blijkt dat een minderjarige van twaalf jaar of ouder hierop prijs stelt, in het geval dat:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of
b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Dit kan alleen als er sprake is geweest van een huwelijk en er niet eerder door een rechter een beslissing is genomen over het gezag. De kinderrechter stelt vast dat aan deze voorwaarden is voldaan.
5.4
De rechtbank vindt het, net als de bijzonder curator, in het belang van [minderjarige] wanneer het gezag over [minderjarige] alleen door de moeder wordt uitgeoefend. De belangrijkste reden daarvoor is dat het gezag van de vader zwaar op [minderjarige] drukt. [minderjarige] heeft in het gesprek met de kinderrechter verteld dat ze bang is dat haar vader over haar kan beslissen en dat ze bij hem moet wonen op het moment dat er iets met haar moeder gebeurt. [minderjarige] heeft een tijd bij haar vader gewoond, maar ze heeft verteld dat ze zich slecht behandeld voelde. Momenteel heeft [minderjarige] (bijna) geen contact meer met haar vader, waardoor hij ook geen zicht heeft op haar ontwikkeling en dagelijkse leven. Hij is daardoor niet, althans onvoldoende, in staat om in het belang [minderjarige] een belangenafweging te maken in het geval er beslissingen over haar genomen moeten worden. De rechtbank bepaalt daarom dat het gezag over [minderjarige] voortaan alleen aan de moeder toekomt. Op 8 april 2026 wordt [minderjarige] overigens al 18 jaar.
5.5
De rechtbank begrijpt dat dit voor de vader een nare beslissing zal zijn. Hij is bang dat het verlies van het gezag juist zorgt voor verbreking van de band met [minderjarige] . De rechtbank begrijpt de zorgen van de vader, maar benadrukt dat dit niet zo hoeft te zijn. Voor [minderjarige] is het nu heel belangrijk dat de kwestie van het gezag niet langer op haar drukt.

6.Brief aan [minderjarige]

6.1
De kinderrechter vindt het belangrijk om [minderjarige] een brief te sturen met uitleg over zijn beslissing. In deze brief die naar het adres van de moeder wordt verzonden, leest [minderjarige] het volgende.
Beste [minderjarige] ,
Op 8 augustus 2025 hadden wij een gesprek naar aanleiding van jouw brief, waarin je zegt dat je door je stiefvader wil worden geadopteerd. Ik heb toen een bijzonder curator over jou benoemd, mevrouw [naam] . Zij heeft met jou, met je ouders en met je stiefvader gepraat, zodat ze een goed advies aan mij kan geven over jouw vraag. Op 28 november 2025 heb ik met je ouders, je stiefvader en mevrouw [naam] gepraat. Daar was ook een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming bij aanwezig. Tijdens dit gesprek is onder andere besproken dat je al bij het gezin van je moeder en stiefvader hoort en dat je stiefvader jou als zijn dochter ziet. Als jouw stiefvader jou zou adopteren, dan verandert daar niets aan. Jouw vader heeft tijdens de zitting ook verteld dat hij veel van jou houdt en dat je altijd bij hem terecht kan als dat nodig is. Nadat ik je ouders, je stiefvader en de vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming heb gesproken, heb ik goed nagedacht. In de wet staat wanneer ik een verzoek van een kind kan toewijzen en wanneer dit niet kan. Helaas mag ik volgens de wet niet op het verzoek dat jij hebt gedaan, namelijk dat je wil dat je stiefvader jou adopteert, beslissen. Wel kan ik een beslissing nemen over wie voortaan alleen het gezag over jou heeft. Omdat je aangaf dat je bang bent dat je vader over jou kan beslissen en dat je bij hem moet wonen op het moment dat er iets met je moeder gebeurt, heb ik besloten dat voortaan het gezag over jou alleen door je moeder wordt uitgeoefend. Je hoeft dan ook niet meer bang te zijn dat je vader beslissingen over jou neemt of dat je bij hem moet wonen als er iets met je moeder gebeurt.
Deze beslissing is officieel vastgelegd in een zogenaamde beschikking en die zal naar allebei je ouders worden toegestuurd. Ik hoop dat dit duidelijk is voor je.
Met vriendelijke groet,
Mr. De Beer,
kinderrechter,
team Familie- en Jeugdrecht,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant.

7.De beslissing van de kinderrechter

De kinderrechter:
7.1
bepaalt ambtshalve dat het gezag over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2008 te [geboorteplaats] voortaan aan de moeder alleen toekomt;
7.2
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
7.3
verzoekt de griffier om krachtens het bepaalde in artikel 2, aanhef en sub a, van het Besluit Gezagsregisters een aantekening te maken van deze beslissing in het centraal gezagsregister.
Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 december 2025 in aanwezigheid van drs. Swint, griffier.
Mededeling van de griffier:
Voor zover in deze beschikking één of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof:
a. namens de minderjarige door zijn wettelijk vertegenwoordiger of de bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;
b. door de minderjarige zelf als zijn aanvraag ziet op de benoeming van een bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;
c. door de anderen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;
d. door andere belanghebbenden: binnen 3 maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op een andere manier bekend is geworden. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.