De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds juli 2023 in een pleeggezin verblijft. De ouders oefenen het ouderlijk gezag uit, maar kunnen onvoldoende veiligheid en structuur bieden. De kinderrechter heeft eerdere verlengingen toegekend sinds 2022.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij de ouders niet verschenen, is gebleken dat de moeder emotioneel niet beschikbaar is en de vader overvraagd wordt. De pleegmoeder rapporteert zorgelijk seksueel gedrag van de minderjarige en het afzeggen van omgangsbegeleiding door de ouders, wat de veiligheid van de minderjarige in gevaar brengt. De GI handhaaft het verzoek tot verlenging en benadrukt de noodzaak van begeleiding bij omgangsmomenten.
De kinderrechter wijst de pleegouders aan als belanghebbenden en baseert zijn beslissing op de wettelijke criteria uit het Burgerlijk Wetboek. Gezien de niet behaalde doelen en de voortdurende risico's, wordt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing met een jaar verlengd. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de continuïteit van de zorg te waarborgen.