ECLI:NL:RBZWB:2025:9282
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV tot betaling van proceskosten na intrekking beroep
Op 29 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen [verzoekster] BV en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Verzoekster had een verzoek ingediend om het UWV te veroordelen in de proceskosten na de intrekking van haar beroep tegen een besluit van 1 juni 2024. Dit beroep werd ingetrokken omdat het UWV op 29 september 2025 een gewijzigd besluit had genomen, waarin het UWV besloot dat de Ziektewetuitkering en de uitvoeringskosten niet op verzoekster zouden worden verhaald. De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, waarop het UWV akkoord ging met de veroordeling conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan en het verzoek om proceskostenveroordeling toegewezen. De rechtbank heeft vastgesteld dat het UWV geheel aan verzoekster is tegemoetgekomen door het gewijzigde besluit. De proceskosten zijn berekend op basis van de rechtsbijstand door de gemachtigde van verzoekster, die een beroepschrift had ingediend en aan de zitting had deelgenomen. De rechtbank heeft de kosten van de gemachtigde vastgesteld op € 1.814,- en de verletkosten op € 143,20, wat resulteert in een totaalbedrag van € 1.957,20 dat het UWV aan verzoekster moet vergoeden. Daarnaast is het UWV verplicht om het door verzoekster betaalde griffierecht van € 371,- te vergoeden. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet tegen deze uitspraak.