ECLI:NL:RBZWB:2025:9300
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning en toekenning proceskostenvergoeding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €295.000 per 1 januari 2022. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 10 november 2025 bereikten partijen overeenstemming over een verlaging van de WOZ-waarde tot €277.000, waardoor het beroep in zoverre gegrond werd verklaard. Daarnaast vorderde belanghebbende vergoeding van de kosten voor het taxatierapport, welke door de heffingsambtenaar werd betwist.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende onderbouwing had gegeven voor de gevraagde vergoeding van €128,26 en wees een redelijke vergoeding van €52 toe. Verder werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten, waarbij de rechtbank de proceskostenvergoeding berekende op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de zwaarte van de zaak.
De uitspraak vernietigde het bezwaarbesluit, stelde de WOZ-waarde bij, en legde de heffingsambtenaar op de kosten van het proces te vergoeden.
Uitkomst: WOZ-waarde verminderd tot €277.000 en heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.