ECLI:NL:RBZWB:2025:9318

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
29 december 2025
Zaaknummer
11542795 \ CV EXPL 25-598
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Tilman-Knoester
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:77 BWArt. 6:87 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding na lekkage door airconditioninginstallatie

Eisers lieten een airconditioninginstallatie plaatsen waarbij de buitenunit op het platte dak van hun aanbouw werd gemonteerd. Kort daarna ontstond lekkage in het dak, waarna eisers het 21 jaar oude dak volledig lieten vervangen en de kosten daarvan op de installateur verhaalden. Tevens vorderden zij vergoeding voor trillingsdempers die niet waren aangebracht en incassokosten.

De rechtbank oordeelde dat het niet vaststaat dat de installateur aansprakelijk is voor de dakschade. Het causale verband tussen de werkzaamheden en de lekkage kon niet worden vastgesteld, mede doordat het dak direct na constatering van de lekkage werd vervangen. Ook was onduidelijk of volledige renovatie noodzakelijk was. Daarnaast was niet gebleken dat het plaatsen van trillingsdempers onderdeel van de overeenkomst was, ondanks een telefonische toezegging na oplevering.

De vorderingen tot vergoeding van de dakrenovatiekosten, trillingsdempers en incassokosten werden daarom afgewezen. Eisers werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd op 24 december 2025 gewezen door de kantonrechter Tilman-Knoester.

Uitkomst: Vorderingen van eisers tot vergoeding van dakschade en trillingsdempers worden afgewezen; eisers veroordeeld in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11542795 \ CV EXPL 25-598
Vonnis van 24 december 2025
in de zaak van

1.[eiser 1]

en
2. [eiser 2]
beiden wonend te [plaats 1]
eisende partijen
hierna samen te noemen: [eisers]
gemachtigde: mr. P.B. van Schayik-Biermans
tegen

1.vennootschap onder firma [gedaagde 1]

gevestigd te [plaats 1]
en haar vennoten
2. [gedaagde 2]
wonend te [plaats 2]
3. [gedaagde 3]
wonend te [plaats 2]
4. [gedaagde 4]
wonend te [plaats 2]
gedaagde partijen
hierna samen te noemen: [gedaagden]
gemachtigde: mr. A.W. Hendriks

1.De zaak in het kort

Op het verzoek van [eisers] heeft [gedaagden] bij hen thuis airconditioning geïnstalleerd. De buitenunit daarvan heeft [gedaagden] tegen de buitenmuur boven de aanbouw van de woning geplaatst. Kort nadien is door een lekkage in de woning gebleken dat het platte dak van de aanbouw beschadigd was. [eisers] hebben dat dak laten vervangen en vorderen in deze procedure dat [gedaagden] de daarvoor gemaakte kosten aan hen vergoedt. Tevens vorderen zij betaling van door hen gemaakte kosten voor twee trillingsdempers die [gedaagden] niet heeft aangebracht en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassowerkzaamheden. De kantonrechter wijst de vorderingen af.

2.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 7 mei 2025;
- de nadien door [eisers] ingebrachte producties 13 t/m 15;
- de mondelinge behandeling van de zaak ter zitting van 29 augustus 2025, waarbij de griffier aantekeningen heeft gemaakt.

3.De feiten

Bij de beoordeling van het geschil zijn de volgende uit de procestukken kenbare feiten van belang:
In de zomer van 2024 heeft [gedaagden] een offerte uitgebracht voor de levering en montage van een airconditioninginstallatie ten behoeve van de woning van [eisers] .
Na acceptatie van deze offerte heeft [gedaagden] de installatie gemonteerd, waarbij zij de buitenunit tegen de gevel boven de aanbouw van de woning heeft aangebracht.
De installatie werd op 15 juli 2024 door [gedaagden] opgeleverd. Voor de materialen en werkzaamheden heeft zij € 3.778,99 inclusief btw gefactureerd.
Op 22 augustus 2024 heeft de firma Dak- & Timmerwerk Deluxe aan [eiser 1] een bedrag van € 6.050,00 inclusief btw gefactureerd wegens “
dakrenovatie”.
In een e-mail van 26 augustus 2024 heeft [eiser 1] aan [gedaagden] laten weten dat er een lekkage in het plafond was die volgens de dakdekker is veroorzaakt doordat de dakbedekking kapot is gelopen. De factuur van het dakdekkersbedrijf had hij bijgevoegd.
In een e-mail van 2 september 2024 aan [gedaagden] vroeg [eiser 1] om een reactie op zij eerdere e-mail en maakte hij ook melding van geluid door de buitenunit dat als gevolg van trillingen binnenshuis wordt gehoord. Hij vroeg om andere trillingsdempers.
Op 16 september 2024 berichtte [gedaagden] aan [eisers] dat zij de door hen gemelde schade heeft doorgeleid naar haar verzekeraar.
Bij brief van 14 oktober 2024 hebben [eisers] [gedaagden] in gebreke gesteld wegens het ontbreken van rubbers (trillingsdempers) en juiste ondersteunings-tegels voor de afvoer van de airconditioninginstallatie op het dak. Daarnaast hebben zij in die brief [gedaagden] aansprakelijk gesteld voor de schade aan het dak en haar gesommeerd om de gemaakte kosten voor herstel aan hen te vergoeden.
Op het verzoek van [eisers] heeft een andere firma een prijsopgave van
€ 257,00 inclusief btw gedaan voor het aanbrengen van (trilling)dempende materialen aan de buitenunit.
Bij brief van 21 november 2024 aan [gedaagden] hebben [eisers] aanspraak gemaakt op vergoeding van deze kosten.

4.Het geschil

4.1.
[eisers] vorderen - samengevat - veroordeling van [gedaagden] tot betaling van € 6.997,35, vermeerderd met rente en kosten.
4.2.
[gedaagden] voert verweer. [gedaagden] concludeert tot afwijzing van de vordering van [eisers] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] in de kosten van deze procedure.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

De overeenkomst
5.1.
Vast staat dat [gedaagden] het door haar aangenomen werk heeft uitgevoerd en [eisers] de daarvoor overeengekomen prijs hebben betaald. Het opgeleverde werk is niet in geschil, behoudens voor zover het de door [eisers] gewenste trillingsdempers betreft. De vraag of die onderdeel van de overeenkomst waren zal hieronder bij 5.6 worden beoordeeld.
Schade
5.2.
[eisers] stellen dat [gedaagden] in de uitvoering van de werkzaam-heden ernstige schade heeft veroorzaakt aan het platte dak van de aanbouw van hun woning doordat (een) medewerker(s) van haar daarop hebben gelopen zonder dat [gedaagden] maatregelen heeft genomen om het dak te beschermen. [eisers] hebben de schade laten herstellen. [gedaagden] betwist dat zij aansprakelijk is voor de daarmee gemoeide kosten.
5.3.
In de stellingen van [eisers] ontbreekt een verwijzing naar de wettelijke grondslag waarop zij hun vordering baseren. Weliswaar stellen zij dat sprake is van een gemengde overeenkomst, bestaande uit een overeenkomst van aanneming van werk en een consumentenkoopovereenkomst, waarbij de wettelijke bepalingen inzake die laatste prevaleren, maar zij verzuimen om daarbij te vermelden welke gevolgen dit voor hun vordering zou moeten hebben, in het bijzonder op welke wettelijke grond hun vordering toewijsbaar is.
5.4.
Volgens [eisers] had [gedaagden] het dak nimmer mogen belasten zonder het eerst af te dekken. Daarvoor baseren zij zich klaarblijkelijk op een notitie van de dakdekker, die onder aan zijn factuur schreef:

Wij werden gebeld door onze klant dat er een lekkage bevind in de kantoor van de mevrouw. Na aankomst zijn we gaan kijken waar de lekkage vandaan zou komen. Toen zagen wij al gouw dat er op sommigen stukken het Epdm los zat, en in de hoekjes ook los zat bij de afvoeren was er gaan staan en omdat Epdm maar heel dun en kwetsbaar is het waarschijnlijk veel te veel belast en is het niet afgedekt, Voor er op te lopen.”.
[gedaagden] voert daartegen onder meer aan dat in haar algemene voorwaarden is opgenomen dat een door haar voor aanvang van de werkzaamheden uitgevoerde schouw van het dak geen bouwkundige of technische keuring behelst. Zij verwijst naar de door haar in het geding gebrachte voorwaarden maar die lijken betrekking te hebben op de installatie van een zonnestroomsysteem en niet op die van een airconditioninginstallatie. [eisers] betwisten dat die voorwaarden van toepassing zijn.
[gedaagden] betoogt verder ook dat in tegenstelling tot hetgeen de dakdekker schreef, Epdm zeer sterk is en in vergelijking met andere soorten dakbedekking, bij uitstek geschikt is om te belopen. Ter onderbouwing verwijst zij naar de tekst op een website van een bedrijf dat gespecialiseerd zou zijn in het gebruik van Epdm. [eisers] hebben dit niet gemotiveerd bestreden. Waar zijzelf ook niet hebben gewaarschuwd voor de mogelijk kwetsbare staat van het dak c.q. de dakbedekking moet het er daarom voor worden gehouden dat [gedaagden] geen bijzondere voorzorgmaatregelen behoefde te nemen om schade aan het dak als gevolg van het lopen daarop te voorkomen.
5.5.
[gedaagden] betwist ook het causale verband tussen de schade en de door haar verrichte werkzaamheden. Hoewel [eisers] met foto’s hebben aangetoond dat is gewerkt op de plaats in de hoek van het dak waar later de lekkage is geweest is niet ondenkbaar dat de leeftijd van het dak en andere activiteiten daarop een belangrijke(re) invloed hebben gehad op het ontstaan van die lekkage. Ter zitting verklaarde [eiser 2] desgevraagd dat het dak reeds 21 jaar oud was en ook werd benut door de glazenwasser, die de op een van de overgelegde foto’s in de betreffende hoek van het dak zichtbare stoeptegels voor zijn werk gebruikt. Daarnaast wijst [gedaagden] er op dat de dakdekker weliswaar schreef dat het Epdm op meerdere plaatsen had losgelaten maar dat dit niet de conclusie rechtvaardigt dat dit is veroorzaakt door de werkzaamheden van [gedaagden] . Een en ander kan echter niet meer door een onafhankelijke deskundige worden vastgesteld aangezien [eisers] vrijwel onmiddellijk nadat zij de lekkage hebben geconstateerd het gehele dak hebben laten renoveren. Wat de oorzaak van de schade aan het dak is of kan zijn geweest en of er een causaal verband bestaat tussen de werkzaamheden van [gedaagden] en die schade blijft daardoor ongewis. Hetzelfde geldt voor het antwoord op de vraag of volledige renovatie van het dak voor het door de dakdekker in rekening gebrachte bedrag van € 6.050,- noodzakelijk was om de schade te herstellen. Gelet hierop wordt het, in het geval dat wel zou kunnen worden vastgesteld dat de lekkage het gevolg is geweest van de werkzaamheden van [gedaagden] , onredelijk geoordeeld indien die tekortkoming aan haar wordt toegerekend [1] . De vordering van [eisers] die er op neerkomt dat [gedaagden] de dakrenovatie betaalt wordt dan ook afgewezen.
Trillingsdempers
5.6.
In de vordering van [eisers] is ook een bedrag van € 257,00 begrepen waarop zij bij wijze van vervangende schadevergoeding aanspraak maken. Omdat de buitenunit van de airconditioninginstallatie trilt hebben zij aan [gedaagden] gevraagd om dempers te installeren. [gedaagden] heeft dat niet gedaan, ook niet nadat zij in gebreke was gesteld. [eisers] hebben daarom hun vordering tot nakoming omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding [2] . Het gevorderde bedrag is gebaseerd op een offerte die zij van een ander bedrijf hebben gekregen. [gedaagden] stelt dat het aanbrengen van trillingsdempers geen onderdeel was van het aangenomen werk.
5.7.
Overwogen wordt dat uit de opdrachtbevestiging niet blijkt dat het plaatsen van trillingsdempers onderdeel van de overeenkomst was. [eiser 1] verklaarde ter zitting dat een medewerkster van [gedaagden] telefonisch aan hem heeft toegezegd dat die dempers kosteloos zouden worden geplaatst. Dit was nadat het werk al was opgeleverd. Uit die mededeling volgt daarom niet onmiddellijk dat het plaatsen van de trillingsdempers daadwerkelijk onderdeel was van de eerder tussen partijen gesloten overeenkomst en [gedaagden] tekort is geschoten in de nakoming van een verbintenis uit die overeenkomst.
Daar komt bij dat [eisers] enkel een offerte van een ander bedrijf in het geding hebben gebracht en door hen niet is gesteld, noch is gebleken dat zij het thans gevorderde bedrag daadwerkelijk hebben betaald. Ook om die reden kan niet worden vastgesteld dat zij op goede gronden aanspraak maken op een bedrag wegens vervangende schadevergoeding.
De vordering wordt daarom afgewezen.
5.8.
In de processtukken is tevens gewag gemaakt van geleverde tegels waarmee op het dak de afvoer van de airconditioninginstallatie wordt ondersteund terwijl die tegels ongeschikt zouden zijn. Echter, nu [eisers] hieraan geen vordering hebben verbonden behoeft over die tegels niet te worden geoordeeld en beslist.
Overig
5.9.
De conclusie op grond van het bovenstaande is dat de vordering van [eisers] wordt afgewezen. Dat betekent dat er geen grond is voor een vergoeding van buiten-gerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. De daartoe ingestelde nevenvorderingen worden daarom eveneens afgewezen.
Proceskosten
5.10.
[eisers] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden vastgesteld op € 678,00 voor het salaris van haar gemachtigde (2 punten x € 339,00).
5.11.
De kostenveroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat zowel [eiser 1] , als [eiser 2] kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Wanneer de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
wijst de vorderingen van [eisers] af;
6.2.
veroordeelt [eisers] hoofdelijk in de proceskosten van € 678,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening indien [eisers] niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;
6.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en is in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.

Voetnoten

1.Artikel 6:77 BW Pro.
2.Artikel 6:87 lid 1 BW Pro.