Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Jeugdbescherming Brabant, gevestigd te Etten-Leur,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak over de bevoegdheid van de kinderrechter bij Jeugdbescherming Brabant is beoordeeld welke rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek. De minderjarige woont bij de moeder die het ouderlijk gezag uitoefent en woonachtig is in een andere plaats dan de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Op grond van artikel 265 Rv Pro en artikel 1:12 BW Pro is de woonplaats van de minderjarige gelijk aan die van degene die het gezag uitoefent. Omdat de moeder in een andere woonplaats woont, is de rechtbank Rotterdam bevoegd en niet de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
De kinderrechter verklaart zich daarom onbevoegd en verwijst de zaak in de huidige stand door naar de bevoegde rechtbank Rotterdam, locatie woonplaats moeder. De beschikking is op 24 december 2025 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter Duinhof.
Uitkomst: De kinderrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Rotterdam vanwege de woonplaats van de gezagsdrager.