ECLI:NL:RBZWB:2025:9319

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
442977
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Duinhof
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 265 RvArt. 1:12 BWArt. 270 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid kinderrechter in zaak Jeugdbescherming Brabant

In deze zaak over de bevoegdheid van de kinderrechter bij Jeugdbescherming Brabant is beoordeeld welke rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek. De minderjarige woont bij de moeder die het ouderlijk gezag uitoefent en woonachtig is in een andere plaats dan de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Op grond van artikel 265 Rv Pro en artikel 1:12 BW Pro is de woonplaats van de minderjarige gelijk aan die van degene die het gezag uitoefent. Omdat de moeder in een andere woonplaats woont, is de rechtbank Rotterdam bevoegd en niet de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

De kinderrechter verklaart zich daarom onbevoegd en verwijst de zaak in de huidige stand door naar de bevoegde rechtbank Rotterdam, locatie woonplaats moeder. De beschikking is op 24 december 2025 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter Duinhof.

Uitkomst: De kinderrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Rotterdam vanwege de woonplaats van de gezagsdrager.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/02/442977 / JE RK 25-2228
Datum uitspraak: 24 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over de bevoegdheid
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Jeugdbescherming Brabant, gevestigd te Etten-Leur,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1],
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2].

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 december 2025.

2.De beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 265 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de rechter van de woonplaats van de minderjarige of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, van het werkelijk verblijf van de minderjarige, bevoegd om van het onderhavige verzoek kennis te nemen. In gevolge artikel 1:12 van Pro het Burgerlijk Wetboek is de woonplaats van de minderjarige dezelfde als de woonplaats van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent.
2.2.
Aangezien de moeder die het ouderlijk gezag over de minderjarige uitoefent woonachtig is in [woonplaats 1], is de rechtbank Rotterdam bevoegd om kennis te nemen van deze zaak. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is onbevoegd.
2.3.
Ingevolge artikel 270, eerste lid, Rv zal de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, worden verwezen naar de bevoegde rechter, te weten de rechtbank Rotterdam, locatie [woonplaats 1].

3.De beslissing

De kinderrechter:
3.1.
verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen;
3.2.
verwijst de zaak, in de stand waarin zich deze bevindt, naar de rechtbank Rotterdam, locatie [woonplaats 1].
Deze beschikking is gegeven door mr. Duinhof, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025, in aanwezigheid van Nelissen, griffier.