Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
7 oktober 2025 medegedeeld dat het beroep op betalingsonmacht is afgewezen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 22 december 2025, wordt het beroep van eiser tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlissingen behandeld. Eiser had beroep ingesteld tegen een besluit van 13 maart 2025, maar de rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Dit oordeel is gebaseerd op het feit dat eiser het verschuldigde griffierecht van € 194,- niet heeft betaald. De rechtbank wijst erop dat volgens artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het griffierecht tijdig moet worden voldaan om ontvankelijk te zijn. Eiser had in zijn beroepschrift van 23 april 2025 aangegeven dat hij niet in staat was het griffierecht te voldoen wegens betalingsonmacht, maar heeft niet gereageerd op de verzoeken van de griffier om dit te onderbouwen. De griffier heeft eiser meerdere keren in de gelegenheid gesteld om het griffierecht te betalen, maar eiser heeft dit niet gedaan. De rechtbank concludeert dat er geen verontschuldiging voor het niet tijdig betalen van het griffierecht is gebleken, waardoor het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit niet inhoudelijk en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.