ECLI:NL:RBZWB:2025:9322

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
12-700172-11
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege

Op 30 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een beslissing genomen over de verlenging van de terbeschikkingstelling (tbs) van een betrokkene, geboren in 1952, die momenteel verblijft in een forensisch psychiatrische kliniek. De rechtbank ontving op 13 november 2025 een vordering van de officier van justitie tot verlenging van de tbs met twee jaar. De betrokkene is eerder veroordeeld tot tbs met verpleging van overheidswege en de tbs is op 1 januari 2013 ingegaan. De rechtbank heeft vastgesteld dat de betrokkene lijdt aan een gespecificeerde parafiele stoornis en een stoornis in alcoholgebruik, die momenteel in remissie is. De tbs-kliniek heeft geadviseerd de tbs te verlengen, omdat er geen resocialisatiemogelijkheden zijn en het recidiverisico hoog wordt ingeschat. Tijdens de zitting op 18 december 2025 is de betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman, en is het advies van de tbs-kliniek besproken. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie gegrond verklaard en de tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar verlengd, omdat de veiligheid van anderen dit eist. Het verzoek van de verdediging om de tbs te beëindigen of te beperken tot één jaar is afgewezen, omdat de rechtbank van oordeel is dat de behandeling meer tijd vergt en er geen aanwijzingen zijn dat de tbs-maatregel binnenkort kan eindigen.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 12-700172-11
Beslissing van de meervoudige kamer van 30 december 2025 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1952,
thans verblijvende in FPC [locatie] ,
hierna: betrokkene,
raadsman: mr. R. Wouters, advocaat te Middelburg.

1.De stukken

Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- de vordering van de officier van justitie van 13 november 2025, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met twee jaar;
- de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid tot en met 23 september 2025;
- het advies verlenging van de [locatie] (hierna: de tbs-kliniek) van 5 november 2025.

2.Inleiding

Bij vonnis van de rechtbank Middelburg van 20 september 2012 is betrokkene wegens
overtreding van de artikelen 239, 247, 248ter (oud), 248a (oud) en 248a van het Wetboek
van Strafrecht veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf en tbs met verpleging van
overheidswege.
De rechtbank constateert dat het hier gaat om misdrijven als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De tbs is op 1 januari 2013 aangevangen en laatstelijk bij beslissing van 2 januari 2025 verlengd voor de duur van één jaar.

3.Procesverloop

De rechtbank heeft op 13 november 2025 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 18 december 2025 behandeld. De officier van justitie, mr. L.J. den Braber, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman. Voorts is als deskundige [hoofdbehandelaar] , hoofdbehandelaar van betrokkene, gehoord.

4.Adviezen

4.1.
Advies tbs-kliniek
De tbs-kliniek heeft in het rapport van 5 november 2025 geadviseerd de tbs te verlengen met twee jaar. De tbs-kliniek heeft daartoe aangegeven dat bij betrokkene sprake is van een andere gespecificeerde parafiele stoornis, namelijk hebefilie en een stoornis in
alcoholgebruik, thans in volledige langdurige remissie in een gereguleerde omgeving. Binnen de huidige tbs-kliniek worden geen resocialisatiemogelijkheden meer gezien voor betrokkene. De aanmelding bij longcare van de [tbs-instelling] werd afgewezen, omdat betrokkene daar niet het benodigde risicomanagement kon worden geboden. Nu er naast de longcare van de [tbs-instelling] geen andere geschikte forensische verblijfsplekken gevonden waren, heeft de tbs-kliniek besloten een Langdurige Forensische Psychiatrische Zorg aanvraag (hierna: LFPZ-aanvraag) in te dienen. Na afwijzing van die LFPZ-aanvraag wordt in overleg met het ministerie afgesproken opnieuw in te zetten op een aanmelding bij de longcare van de [tbs-instelling] . Hoewel door het ministerie is toegezegd dat zij de zaak van betrokkene opnieuw zullen voorleggen bij de longcare van de [tbs-instelling] , is dat tot op heden nog niet gebeurd. Ook op directieniveau wordt geprobeerd om betrokkene alsnog onder de aandacht te brengen bij de [tbs-instelling] . De inschatting van de tbs-kliniek is dat het risicomanagement blijvend extern vormgegeven moet worden en dat het recidiverisico niet verder zal verlagen. Bij het wegvallen van de tbs wordt het risico op een terugval in seksuele delicten ingeschat als hoog.
Ter zitting heeft de deskundige dit advies onderschreven en daaraan nog het volgende toegevoegd. Er is vooralsnog geen passende verblijfsplek voor betrokkene gevonden. Tot die tijd kan hij in de tbs-kliniek verblijven. De [tbs-instelling] is echter de enige langdurige verblijfsplek in Nederland met een geschikt beveiligingsniveau. De tbs-kliniek hoopt op een heroverweging bij de [tbs-instelling] , mede gelet op de recente Pro Justitia rapportages. De [tbs-instelling] neemt tijdelijk geen nieuwe patiënten aan, reden waarom wordt gekeken of het ministerie van enige betekenis kan zijn. Momenteel kan betrokkene geen gebruik maken van het begeleid verlof, omdat hij tegen de gemaakte afspraken in geld heeft overgeboekt naar een onbekend gebleven persoon. De tbs-kliniek blijft inzetten op het motiveren van betrokkene tot openheid over die overboeking, zodat zijn verlof weer kan worden opgestart. Na hervatting van het begeleid verlof kan dit hopelijk in de toekomst naar beperkt onbegeleid verlof worden uitgebreid. De tbs-kliniek adviseert een verlenging voor de duur van twee jaar, omdat zij niet de verwachting heeft dat de tbs na één jaar voorwaardelijk kan worden beëindigd.

5.Standpunt van partijen

5.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen gebleven.
5.2.
Het standpunt van de verdediging
Betrokkene heeft ter zitting verklaard dat er de afgelopen periode geen veranderingen hebben plaatsgevonden en dat hij niet wordt behandeld. Zijn verlof is stopgezet toen er een financiële transactie werd geconstateerd, waarvoor hij geen toestemming had gevraagd aan de tbs-kliniek en waarover hij geen verifieerbare informatie wilde verschaffen. Er staan volgens betrokkene veel aantoonbare leugens in het rapport.
De verdediging heeft betoogd dat de behandeling van betrokkene stilstaat en dat de kans op herhaling niet is onderbouwd met recente gegevens. Primair stelt de verdediging zich op het standpunt dat de tbs moet worden beëindigd. Betrokkene vertoont al vele jaren geen delictsgedrag meer en verdere behandeling vindt momenteel niet plaats. Er is geen passende verblijfsplek voor betrokkene, waardoor de tbs nu wordt ervaren als hechtenis zonder enig verlof. Daarnaast is niet (voldoende) onderbouwd dat het delictgedrag nog steeds aan de orde is en wordt het recidiverisico zonder tbs te hoog gesteld. Mede gelet op de impasse in de hulpverlening is de tbs niet langer proportioneel.
Subsidiair verzoekt de verdediging te bepalen dat betrokkene een observatie zal ondergaan, bijvoorbeeld bij het Pieter Baan Centrum, om te onderzoeken in hoeverre er concreet recidiverisico op het indexfeit bestaat. Daarnaast dient ook antwoord te komen op de vraag of betrokkene – vanuit het verkregen inzicht over de slachtoffers – zijn focus, indien nog aanwezig, heeft verlegd.
Meer subsidiair wordt verzocht om de tbs voor een jaar te verlengen in plaats van twee jaar. Het is onbegrijpelijk dat er het afgelopen jaar geen veranderingen hebben plaatsgevonden. Door de duur van de verlenging te beperken tot een jaar kan er een vinger aan de pols worden gehouden.

6.Beoordeling

De rechtbank is bevoegd om van de vordering kennis te nemen, omdat zij in eerste aanleg
kennis heeft genomen van het misdrijf ter zake waarvan de tbs is gelast.
De vordering is tijdig, dat wil zeggen niet eerder dan twee maanden en niet later dan één
maand voor het tijdstip waarop de tbs door tijdsverloop zou eindigen, ingediend. De
officier van justitie is ontvankelijk in de vordering.
De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Uit het advies van de tbs-kliniek, en daarbij de eerdere adviezen van de externe gedragsdeskundigen mede in ogenschouw genomen, blijkt dat bij betrokkene sprake is van een andere gespecificeerde parafiele stoornis, te weten hebefilie, en van een stoornis in alcoholgebruik die thans in de tbs-kliniek in volledige remissie is. Zodoende wordt nog steeds aan het wettelijk criterium voldaan. Daarnaast wordt het recidiverisico bij beëindiging van de maatregel als hoog ingeschat.
De rechtbank is van oordeel dat met verlenging van de tbs met verpleging ook nog steeds
wordt voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, gelet op de aard en ernst
van de indexdelicten. de stoornissen en het daaruit voortvloeiende gevaar. Het verzoek van de verdediging tot beëindiging van de tbs zal de rechtbank dan ook afwijzen.
Het verzoek om betrokkene te laten observeren zal de rechtbank ook afwijzen. Met de aanwezige recente rapportages en adviezen is de rechtbank voldoende voorgelicht. Van een noodzaak tot observatie is de rechtbank dan ook niet gebleken.
Ten aanzien van de duur van de verlenging geldt als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de maatregel met één jaar, de termijn moet worden verlengd met twee jaar. De rechtbank ziet in dit geval geen aanleiding van dit uitgangspunt af te wijken. Zo is geen sprake van een situatie waarin aannemelijk is dat het einde van de tbs-maatregel in zicht is. Ook is geen sprake van een situatie waarin wordt gedraald door de tbs-kliniek. De rechtbank heeft de indruk dat de tbs-kliniek zich ten volle inzet voor betrokkene. Dat betrokkene nu geen begeleid verlof geniet, heeft hij zelf in de hand. De rechtbank overweegt dat een verlenging van de tbs met een termijn van één jaar bij deze stand van zaken geen meerwaarde heeft.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene moet worden verlengd met twee jaar.

7.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van betrokkene met
2 (twee)jaren;
wijst afhetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beslissing is genomen door mr. H. Skalonjic, voorzitter, en mr. G.H. Nomes en mr. L.W. Boogert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 30 december 2025.