6.3Het oordeel van de rechtbank
Ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht door in de nabijheid van [slachtoffer] te schieten met een vuurwapen. Een dergelijk delict veroorzaakt naast angst bij het slachtoffer, veel maatschappelijke onrust en leidt tot toename van gevoelens van angst en onveiligheid onder burgers. Het schietincident heeft op klaarlichte dag op de openbare weg plaatsgevonden. Meerdere personen die aanwezig waren in de Nieuwstraat te Gilze, zoals de bestuurder van de auto waarmee [persoon] en [slachtoffer] in botsing waren gekomen en zijn vriendin, hebben het schot gehoord en zijn geconfronteerd met dit feit.
Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte, waaruit volgt dat hij in het verleden niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Wel is verdachte op 18 maart 2024 door de kinderrechter veroordeeld voor twee vermogensdelicten. Artikel 63 Sr is dus van toepassing.
De rechtbank heeft ook acht geslagen op het advies van psycholoog drs. [naam] d.d. 23 september 2024. Hieruit blijkt, kort samengevat, dat er bij verdachte sprake is van zwakbegaafdheid en ADHD met een gecombineerd beeld, met forse informatieverwerkingsproblemen tot gevolg. Gezien de aard van de stoornis kan worden gesteld dat deze ook ten tijde van het ten laste gelegde aanwezig zijn geweest. Geadviseerd wordt om verdachte het ten laste gelegde in verminderde mate toe te rekenen. Het recidiverisico gericht op een soortgelijk geweldsdelict wordt in de toekomst zonder behandeling/interventie als laag tot matig ingeschat. Behandeling van de impulsiviteit, samenhangend met de ADHD, is aangewezen om het risico op recidive te verminderen. De leerstraf So-Cool verlengde variant wordt geadviseerd. Daarnaast kan ambulante behandeling bij bijvoorbeeld Fivoor helpend zijn. Om dit alles in goede banen te leiden is toezicht en begeleiding door de jeugdreclassering nodig.
De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op de rapportage van de Raad en de mondelinge toelichting daarop ter zitting. Gezien wordt dat verdachte meerdere ingrijpende gebeurtenissen heeft meegemaakt, voornamelijk school- en werkgerelateerd. Dit heeft ertoe geleid dat verdachte tot op heden geen structurele dagbesteding heeft. Verder komen tijdens het raadsonderzoek zorgen naar voren over de agressieregulatie en de vaardigheden van verdachte. Verdachte heeft moeite om anderen te vertrouwen en zich open te stellen voor behandeling. Ook wordt door de Raad gezien dat verdachte inmiddels al verschillende positieve stappen heeft gezet. Verdachte volgt behandeling bij Fivoor en ondanks dat hij hier niet altijd de meerwaarde van inziet, gaat hij hier wel naartoe en verlopen deze begeleidingsmomenten goed. Ook is verdachte gemotiveerd om te gaan werken en probeert hij dit zelf op te pakken. Door de psycholoog is naast de behandeling vanuit Fivoor ook de leerstraf So-Cool geadviseerd. Deze leerstraf is gericht op het vergroten van de vaardigheden van verdachte. Deze vaardigheden worden ook meegenomen in een behandeling vanuit Fivoor, waardoor de Raad minder waarde ziet in deze leerstraf.
De Raad adviseert verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, met een onvoorwaardelijk deel gelijk aan het voorarrest en een proeftijd van twee jaar. Daarnaast adviseert de Raad verdachte een werkstraf op te leggen.
De Raad adviseert daarbij, naast de algemene voorwaarde dat verdachte geen nieuwe strafbare feiten mag plegen, de bijzondere voorwaarden op te leggen dat verdachte meewerkt aan forensische behandeling door Fivoor of een soortgelijke instelling en aan het vinden en behouden van een zinvolle dagbesteding in de vorm van onderwijs en/of werk, zover de behandeling dit toelaat. Daarbij wordt geadviseerd aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering te Amsterdam de opdracht te geven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Ook adviseert de Raad de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de jeugdreclassering dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
Namens de jeugdreclassering is ter zitting naar voren gebracht dat verdachte de intentie heeft om zijn leven op de rit te krijgen. Verdachte baalt er zelf ook van dat hij veel zaken nog niet op orde heeft. Hij wil graag zelf zaken zoals werk regelen, maar dat lukt hem niet altijd. Daarbij vindt verdachte het moeilijk om hulp te accepteren. Wanneer hij ergens geen zin in heeft, werkt hij niet mee. De jeugdreclassering vindt het dan ook fijn dat de hulpverlening door Fivoor is opgestart en verdachte hieraan meewerkt. De jeugdreclassering ondersteunt het advies zoals gegeven door de Raad.
De straf
Omdat verdachte ten tijde van het plegen van het feit minderjarig was, past de rechtbank het jeugdstrafrecht toe. Binnen het jeugdstrafrecht wordt bij het bepalen van de straf veel belang gehecht aan wat de straf betekent voor de persoonlijke ontwikkeling van de jeugdige. Er wordt veel meer dan bij het strafrecht voor volwassenen rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Bij het bepalen van de straf en de hoogte daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in vergelijkbare gevallen door rechters zijn opgelegd. De rechtbank houdt ook rekening met de omstandigheden waaronder het strafbare feit heeft plaatsgevonden, waaronder de voortdurende spanningen tussen verdachte en het slachtoffer, maar ook dat er op straat geschoten is met een vuurwapen, waarbij verschillende mensen aanwezig waren omdat het feit op de openbare weg heeft plaatsgevonden. De oriëntatiepunten voor bedreiging zijn dan ook niet zomaar van toepassing, naar het oordeel van de rechtbank. Dit betreft een zeer ernstige bedreiging, die tot hele grote gevolgen had kunnen leiden. Ook heeft de rechtbank oog voor de jeugdige leeftijd en achtergrond van verdachte.
Dit alles maakt dat de rechtbank van oordeel is dat in beginsel een jeugddetentie voor de duur van 119 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, passend is, met daarnaast een werkstraf van 120 uur. Het voorwaardelijke deel van de jeugddetentie wordt opgelegd om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan deze voorwaardelijke straf zullen na te noemen bijzondere voorwaarden worden gekoppeld.
Dadelijke uitvoerbaarheid
De rechtbank is van oordeel dat niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 77za Sr om dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden te bevelen. Gelet op het advies van het NIFP, waarin het recidiverisico als laag tot matig wordt geschat, en het feit dat verdachte niet eerder voor een geweldsdelict is veroordeeld, is de rechtbank van oordeel dat géén sprake is van een situatie waarin er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een geweldsmisdrijf zal begaan. De rechtbank zal de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de jeugdreclassering dan ook niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren.