Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door waarnemend advocaat mr. B.G.M. Frencken;
- de heer [naam], psychiater.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene verblijft onder een crisismaatregel in een GGZ-instelling na een opname wegens een floride paranoïde psychotische toestand met dreigend agressief gedrag en risico op acute teloorgang. De burgemeester van Tilburg nam de crisismaatregel op 1 februari 2025. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om voortzetting van deze maatregel voor drie weken.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaart betrokkene dat zij zich stabiel genoeg acht om naar huis te gaan, maar de behandelend psychiater stelt dat haar toestand nog onvoldoende gestabiliseerd is en dat verplichte zorg noodzakelijk blijft. De rechtbank stelt vast dat er sprake is van ernstig nadeel door het gedrag van betrokkene, voortvloeiend uit een psychische stoornis, en dat minder bezwarende alternatieven ontbreken.
De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor specifieke zorgvormen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie, maar wijst andere gevraagde maatregelen af. De machtiging geldt tot en met 27 februari 2025. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met specifieke vormen van verplichte zorg.