Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Spadel Nederland B.V. leverde dranken aan IPG en stuurde daarvoor facturen die onbetaald bleven. De samenwerkingsovereenkomst tussen partijen liep oorspronkelijk van 1 januari 2021 tot 31 december 2021, met een addendum waarin rechten en plichten werden overgedragen aan Compass Holding en facturatie aan Compass Groothandel werd geregeld.
Spadel vorderde betaling van de openstaande facturen, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke kosten, van IPG, Compass Holding en Compass Groothandel. IPG c.s. erkende de hoofdsom maar betwistte de nevenvorderingen en stelde dat de samenwerkingsovereenkomst was geëindigd op 31 december 2021, waardoor geen grondslag bestond voor de vorderingen na die datum.
De rechtbank oordeelde dat Spadel onvoldoende had gesteld en bewezen dat de samenwerkingsovereenkomst stilzwijgend was verlengd na 31 december 2021. Hierdoor werd de vordering tegen Compass Holding en Compass Groothandel afgewezen. Tegen IPG werd de hoofdsom toegewezen met wettelijke handelsrente en een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten, maar niet de contractuele rente en hogere kosten. IPG c.s. werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente over deze kosten.
Uitkomst: IPG wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten; vorderingen tegen Compass Holding en Compass Groothandel worden afgewezen.