ECLI:NL:RBZWB:2025:9407
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning in aanbouw wegens onvoldoende gereedheid
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning in aanbouw, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €455.000. Na bezwaar verlaagde de heffingsambtenaar de waarde naar €432.000. Belanghebbende betwistte dit en stelde een lagere waarde van €340.800 voor, gebaseerd op een gereedheidspercentage van 50%.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk had gemaakt dat de woning op de peildatum voor 60% gereed was, omdat de onderbouwing ontbrak en de gebruikte waarderingsmethode (KOUDV-correctie) niet geschikt was voor het corrigeren van het gereedheidspercentage. Ook belanghebbende slaagde er niet in haar lagere waarde aannemelijk te maken, onder meer door het ontbreken van fotomateriaal of andere bewijsstukken.
De rechtbank stelde daarom de waarde van de woning schattenderwijs vast op €380.000. Dit leidde tot een verlaging van de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB). Het verzoek om uitstel van de zitting werd afgewezen vanwege te late indiening en het belang van een doelmatige procesgang. De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding af, omdat de bijstand niet beroepsmatig werd verleend en er geen kosten op belanghebbende drukten.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €380.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast.