Gedaagde sloot met eiseres twee operational leaseovereenkomsten waarbij gedaagde kwartaalbetalingen verschuldigd was. Door bedrijfsinkrimping wilde gedaagde een deel van de leaseovereenkomsten opzeggen, maar zonder instemming van eiseres storneerde hij een deel van de kwartaalbetalingen. Eiseres stelde dat dit een tekortkoming was en ontbond de overeenkomsten, vorderde betaling van achterstallige en toekomstige termijnen en een boete wegens niet-tijdige retournering van de leaseobjecten.
De rechtbank stelde vast dat de leaseovereenkomsten een niet-opzegbare basishuurperiode bevatten, waardoor gedaagde gehouden was de kwartaaltermijnen te voldoen. Het storneren van betalingen leidde tot een tekortkoming. Eiseres was gerechtigd de overeenkomsten te ontbinden en de gevorderde bedragen te vorderen. Ook de contractuele boete wegens het niet binnen vijf werkdagen retourneren van de leaseobjecten werd toegewezen.
Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente deels toegewezen, waarbij rente over achterstallige termijnen als handelsrente en over toekomstige termijnen als wettelijke rente werd toegekend. Gedaagde werd veroordeeld tot afgifte van de leaseobjecten binnen zeven dagen na betekening, onder dreiging van een dwangsom. De proceskosten werden eveneens aan gedaagde opgelegd.