Uitspraak
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda,
1.Het verdere procesverloop
- de man, bijgestaan door mr. De Haan;
- mr. J. Koenen, waarnemende mr. De Roo, namens de vrouw;
- twee vertegenwoordigers van de GI;
- een vertegenwoordiger van de Raad.
2.De nadere beoordeling
- in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, samengevat, tussen partijen de definitieve contactregeling tussen hem en [minderjarige] vast te stellen;
- voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat het hoofdverblijf van [minderjarige] per 19 juni 2024 bij de man is gelegen, althans te bepalen dat het hoofdverblijf van [minderjarige] per voormelde datum bij de man is gelegen, dan wel per een door de rechtbank te bepalen datum;
- voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, aan de man toestemming te verlenen, ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de vrouw, voor inschrijving van [minderjarige] op het adres van de man;
- voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het gezamenlijk ouderlijk gezag van partijen over [minderjarige] te wijzigen in die zin dat het ouderlijk gezag over [minderjarige] voortaan aan de man alleen toekomt;
- voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de vrouw, met ingang van de datum van het verzoekschrift, maandelijks en steeds bij vooruitbetaling in het kader van de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] aan de man dient te voldoen een bedrag van minimaal € 25,=, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;
- voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat de man met ingang van 18 juni 2024 niet meer gehouden is enig bedrag aan de vrouw te voldoen ter zake de kosten in de verzorging en opvoeding van [minderjarige], zoals bepaald bij beschikking van 21 juni 2022.
3.De beslissing
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.