ECLI:NL:RBZWB:2025:948
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet betaling griffierecht
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen tot intrekking van een bouwvergunning uit 2000. Op 16 december 2024 verzocht verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Volgens artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet voor een dergelijk verzoek griffierecht worden betaald.
De griffier stelde verzoeker in een aangetekende brief van 18 december 2024 in de gelegenheid het griffierecht van €187,- binnen twee weken te voldoen. De brief werd verzonden naar het door verzoeker opgegeven adres, maar werd niet afgeleverd en bleef liggen op een afhaalpunt. Verzoeker haalde de brief niet op, waarna deze retour ging. Omdat verzoeker sinds 27 november 2024 op een ander adres stond ingeschreven, werd een kopie van de nota op 23 december 2024 naar dat adres gestuurd. Desondanks betaalde verzoeker het griffierecht niet.
Verzoeker gaf geen reden voor het niet betalen, waardoor geen verontschuldiging kon worden aangenomen. De voorzieningenrechter verklaarde het verzoek daarom kennelijk niet-ontvankelijk en beoordeelde het verzoek niet inhoudelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.