Uitspraak
1.Het procesverloop
- het op 3 juni 2025 ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;
- het op 24 november 2025 ontvangen verweerschrift, met bijlagen.
2.De feiten
3.Het verzoek
- te bepalen dat de man iedere week omgang heeft met [minderjarige] , afhankelijk van het werkrooster van de man ten minste een middag op maandag, dinsdag of vrijdag van 15.00 uur tot 19.00 uur, alsmede iedere woensdagmiddag van 12.00 uur tot 19.00 uur en, afhankelijk van het werkrooster van de man, ten minste een dag op zaterdag of zondag van 10.00 uur tot 19.00 uur;
- voormelde regeling uit te breiden wanneer de man een andere, passende huurwoning vindt en [minderjarige] kan overnachten in een eigen slaapkamer, waarbij de man en [minderjarige] iedere week contact met elkaar hebben, afhankelijk van het werkrooster van de man ten minste een middag op maandag, dinsdag of vrijdag van 15.00 uur tot 19.00 uur, alsmede iedere woensdagmiddag van 12.00 uur tot 19.00 uur, alsmede om het weekend van zaterdag 10.00 uur tot zondag 19.00 uur;
- kosten rechtens.
4.De standpunten van partijen en het advies van de Raad
5.De beoordeling
- Welke omgangsregeling tussen de man en [minderjarige] past het beste bij de belangen van [minderjarige] ? Dient de omgang begeleid of onbegeleid te zijn? Behoort een overnachting bij de man tot de mogelijkheden?
- Zijn er contra-indicaties voor omgang en zo ja, welke?
- In hoeverre zijn deze contra-indicaties op te heffen; zo ja, hoe, onder welke voorwaarden en op welke termijn?
- Is hulpverlening nodig voor partijen of voor [minderjarige] ? Zo ja, welke hulpverlening zou het meest passend zijn?
- Zijn er aanvullende opmerkingen van de Raad?
6.De beslissing
woensdag 30 september 2026 PRO FORMAbij de rechtbank dient te worden ingediend, zulks onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de advocaten van partijen;
- door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.