ECLI:NL:RBZWB:2025:9495

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 december 2025
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
C/02/441868 KG ZA 25-599
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • B. Benjaddi
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot ontruiming van de woning door ouders van een meerderjarige zoon onder bewind

In deze zaak hebben de ouders van een meerderjarige zoon, die onder bewind staat, een kort geding aangespannen om hun zoon te veroordelen de woning te verlaten. De ouders hebben hun zoon vijf jaar onderdak geboden, maar door aanhoudende overlast en het ontbreken van een financiële bijdrage van de zoon, zien zij zich genoodzaakt om juridische stappen te ondernemen. De voorzieningenrechter heeft op 29 december 2025 vonnis gewezen, waarbij de vordering van de ouders is toegewezen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de zoon zonder recht of titel in de woning verblijft en dat de ouders niet langer in deze situatie kunnen blijven. De zoon is veroordeeld om de woning binnen zeven dagen na betekening van het vonnis te ontruimen. Tevens is bepaald dat de zoon de woning alleen mag betreden met toestemming van zijn ouders. De kosten van het kort geding zijn voor de zoon en de bewindvoerder, die in de hoedanigheid van bewindvoerder van de zoon is aangesproken. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/441868 / KG ZA 25-599
Vonnis in kort geding van 29 december 2025
in de zaak van
[ouder 1]en
[ouder 2],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: de ouders,
advocaat: mr. C.C.M. Welten te Tilburg,
tegen
[bewindvoeringskantoor] B.V.,
gevestigd te [plaats] ,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van
[de zoon] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de zoon,
gedaagde partijen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de brief met bijlagen van mr. Welten van 8 december 2025.
1.2.
De zaak is besproken op de zitting van 12 december 2025. Bij die gelegenheid zijn de ouders, bijgestaan door hun advocaat verschenen. Ook is de heer [naam] namens bewindvoerder (via Teams) verschenen.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

Op basis van de overgelegde stukken staat het volgende vast:
  • de zoon verblijft bij de ouders;
  • op 7 november 2024 heeft de kantonrechter te Tilburg bepaald dat vanaf
8 november 2024 bewind is ingesteld over de (toekomstige) goederen van de zoon, wegens lichamelijke of geestelijke toestand, met benoeming van [bewindvoeringskantoor] B.V. te [plaats] tot bewindvoerder.

3.Het geschil

De ouders vorderen, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
de zoon te veroordelen om de woning aan [adres] te [woonplaats] op 1 december 2025, althans binnen een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn, te ontruimen met al zijn persoonlijke eigendommen en met afgifte van de sleutels;
de zoon te gebieden de woning ontruimd te houden en te bepalen dat hij de woning enkel mag betreden met toestemming van de ouders voor de duur die zij wensen;
de zoon en de bewindvoerder te veroordelen in de kosten van het kort geding.

4.De beoordeling

4.1.
De ouders leggen aan de vorderingen het volgende ten grondslag.
Vijf jaar geleden stond hun zoon voor de deur, omdat hij dakloos was geworden en hulp nodig had. Sindsdien verblijft de zoon op het adres van de ouders. De ouders hebben zich ingezet om de zoon te ondersteunen, maar zij kunnen daar niet langer aan voldoen. De zoon zorgt voor overlast (zowel in huis als buitenshuis) en vernielt spullen in huis. De ouders hebben van de woonstichting al een gedragsaanwijzing en een brief gehad in verband met de door de zoon veroorzaakte overlast. In mei 2025 is ook de politie betrokken geweest. De zoon draagt niets bij aan het huishouden: niet in financieel opzicht, maar ook niet op praktisch gebied. De situatie is op dit moment zo dat de zoon niets meer tegen zijn vader zegt en zijn moeder stelselmatig uitscheldt.
De ouders moeten bovendien rondkomen van een bijstandsuitkering, waar nu ook nog de woningdelerskorting op wordt toegepast. Zij hebben de zoon meermaals gevraagd om een financiële bijdrage te leveren, wat niet is gebeurd. Dat voorstel is inmiddels ook een gepasseerd station. De zoon staat onder bewind en wordt begeleid door [hulpverlening]. [hulpverlening] heeft aangegeven al geruime tijd op zoek te zijn naar een passende woonruimte voor de zoon, maar die is tot op heden nog niet gevonden. De ouders willen dat hun zoon de woning verlaat, omdat zij geen andere uitweg meer zien. Zij hebben de zoon daartoe gesommeerd. Er is echter nooit een bevestiging gekomen dat hij vrijwillig zal vertrekken.
Het spoedeisend belang is ten eerste gelegen in de aard van de vordering, nu de zoon zonder recht of titel in de woning verblijft. Daarnaast veroorzaakt hij overlast en kunnen de ouders deze situatie financieel en emotioneel niet langer dragen.
4.2.
De bewindvoerder licht toe dat hij weet dat de zoon wordt begeleid door [hulpverlening] op meerdere vlakken, waaronder bij het zoeken naar vervangende woonruimte. Dat is de afgelopen periode niet gelukt maar de bewindvoerder beschikt verder niet over meer informatie over de situatie van de zoon.
Ten aanzien van de financiële situatie van de zoon geeft de bewindvoerder aan dat de zoon een bijstandsuitkering voor een inwonende heeft en dat er geen schuldhulpverleningstraject voor de zoon loopt.
4.3.
De voorzieningenrechter overweegt dat bij de betekening van de dagvaarding de bij wet voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen, zodat verstek wordt verleend tegen de zoon. Bovendien hebben de moeder en de bewindvoerder aangegeven dat de zoon op de hoogte was van de procedure en de zitting.
4.4.
Omdat verstek wordt verleend, moeten de vorderingen van de ouders op grond van artikel 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden toegewezen, tenzij deze de voorzieningenrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen.
4.5.
Het door de ouders gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal op onderstaande wijze worden toegewezen, met dien verstande dat de termijn waarbinnen de zoon de woning moet verlaten wordt bepaald op zeven dagen na betekening van het vonnis. Er is tussen de ouders en de zoon geen overeenkomst die maakt dat de zoon aanspraak kan maken op de woonruimte van de ouders. Hij verblijft zonder recht of titel in de huurwoning van de ouders. De voorzieningenrechter acht een ontruimingstermijn van zeven dagen na betekening van het vonnis redelijk.
4.6.
De zoon, dan wel de bewindvoerder (in de hoedanigheid van bewindvoerder van de zoon), zal bovendien als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de ouders worden begroot op:
  • explootkosten € 145,45
  • griffierecht € 90,00
  • salaris advocaat
4.7.
Tot slot zal de voorzieningenrechter, zoals gevorderd, de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt [de zoon] (de zoon) om de woning aan [adres] te [woonplaats]
binnen zeven dagen na betekening van dit vonniste ontruimen met al zijn persoonlijke eigendommen en met afgifte van de sleutels;
5.2.
gebiedt de zoon de voorgenoemde woning ontruimd te houden en bepaalt dat hij de woning alleen mag betreden met toestemming van [ouder 1] en [ouder 2] (de ouders), voor de duur die zij wensen;
5.3.
veroordeelt de zoon, dan wel [bewindvoeringskantoor] B.V. in hoedanigheid van bewindvoerder van de zoon, in de proceskosten, aan de zijde van de ouders begroot op € 950,45;
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Benjaddi, voorzieningenrechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 29 december 2025.