In deze zaak hebben de ouders van een meerderjarige zoon, die onder bewind staat, een kort geding aangespannen om hun zoon te veroordelen de woning te verlaten. De ouders hebben hun zoon vijf jaar onderdak geboden, maar door aanhoudende overlast en het ontbreken van een financiële bijdrage van de zoon, zien zij zich genoodzaakt om juridische stappen te ondernemen. De voorzieningenrechter heeft op 29 december 2025 vonnis gewezen, waarbij de vordering van de ouders is toegewezen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de zoon zonder recht of titel in de woning verblijft en dat de ouders niet langer in deze situatie kunnen blijven. De zoon is veroordeeld om de woning binnen zeven dagen na betekening van het vonnis te ontruimen. Tevens is bepaald dat de zoon de woning alleen mag betreden met toestemming van zijn ouders. De kosten van het kort geding zijn voor de zoon en de bewindvoerder, die in de hoedanigheid van bewindvoerder van de zoon is aangesproken. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.