Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2025:9524

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
02-248251-25 en 02-120490-25
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38m SrArt. 38n SrArt. 57 SrArt. 138 SrArt. 310 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Oplegging ISD-maatregel wegens winkeldiefstal en overtreding winkelverbod

Op 23 december 2025 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant verdachte veroordeeld voor twee strafbare feiten: winkeldiefstal gepleegd op 22 september 2025 te Roosendaal en het overtreden van een winkelverbod op 18 april 2025 te Etten-Leur. De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van de overgelegde bewijsmiddelen.

Verdachte heeft een lange geschiedenis van winkeldiefstallen en meerdere eerdere veroordelingen, waaronder deels voorwaardelijke gevangenisstraffen, die niet tot gedragsverandering hebben geleid. De reclassering adviseerde een onvoorwaardelijke ISD-maatregel vanwege het hoge recidiverisico en de verslavingsproblematiek van verdachte, die heroïne gebruikt sinds zijn verblijf in Nederland.

Verdachte gaf tijdens de zitting aan bewust te kiezen voor de ISD-maatregel om vanuit een stabiele situatie aan gedragsverandering te werken. De rechtbank vond dit wenselijk en noodzakelijk en legde de maatregel voor twee jaar op, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis niet in mindering wordt gebracht. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar wegens winkeldiefstal en overtreding van een winkelverbod.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummers: 02-248251-25 en 02-120490-25
Vonnis van de meervoudige kamer van 23 december 2025
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] ,
gedetineerd in [verblijfplaats] ,
raadsman: mr. J. Rokx, advocaat te Roosendaal.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 23 december 2025, waarbij de officier van justitie mr. L.J. den Braber en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van Pro het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2.De tenlastelegging

De tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
02-248251-25: een winkeldiefstal heeft gepleegd;
02-120490-25: een winkelverbod heeft overtreden.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
02-248251-25 en 02-120490-25
De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
02-248251-25 en 02-120490-25
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
02-248251-25
op 22 september 2025 te Roosendaal een hoeveelheid vleeswaren en noten en kaas en vis en diepvries draagtassen die aan Lidl toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
02-120490-25
op 18 april 2025 te Etten-Leur, in het besloten lokaal aan de [straat] bij de Jumbo in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 24 juni 2024 schriftelijk de toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van twee jaren.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de gevorderde oplegging van de ISD-maatregel.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich in april 2025 schuldig gemaakt aan overtreding van een winkelverbod en in september 2025 aan een winkeldiefstal. Dit zijn ergerlijke feiten die overlast veroorzaken voor anderen. Ook wordt materiële schade veroorzaakt door het plegen van winkeldiefstallen.
De rechtbank houdt bij de strafbepaling rekening met het strafblad van verdachte van
26 november 2025, waaruit naar voren komt dat verdachte veelvuldig met justitie in aanraking is gekomen voor het plegen van winkeldiefstallen. Verdachte heeft hiervoor meerdere keren (deels voorwaardelijke) gevangenisstraffen opgelegd gekregen, maar deze straffen hebben niet geleid tot gedragsverandering bij verdachte gelet op dit dossier.
Verder slaat de rechtbank acht op het reclasseringsadvies van 10 december 2025. Daarin wordt vermeld dat verdachte is opgegroeid in Moldavië waar hij verslaafd is geraakt aan heroïne. Hij is als arbeidsmigrant naar Nederland gekomen waar hij werk en huisvesting vond, maar na diefstal van zijn identiteitsbewijzen begonnen de problemen zich op te stapelen. Verdachte verloor zijn baan, raakte dakloos en ging in toenemende mate heroïne gebruiken om zijn leven op straat draaglijker te maken. Vanwege gebrek aan financiële middelen is verdachte winkeldiefstallen gaan plegen. Hij staat geprioriteerd als een zeer actieve veelpleger en lijkt niet gevoelig voor een ander kader dan een onvoorwaardelijke ISD-maatregel. Met verdachte zijn de mogelijkheden binnen (deels) voorwaardelijke kaders uitvoerig besproken, maar hij is ervan overtuigd dat het hem niet zal lukken om zich aan voorwaarden en afspraken te houden en vraagt bewust en herhaaldelijk om plaatsing in een ISD-inrichting. Gezien deze stelligheid voorziet de reclassering dat andere kaders dan een onvoorwaardelijke ISD-maatregel niet haalbaar zijn om met verdachte toe te werken naar gedragsverandering en recidive te voorkomen. De reclassering schat het recidiverisico in als hoog en adviseert oplegging van de ISD-maatregel.
Op de zitting van 23 december 2025 heeft verdachte ten overstaan van de rechtbank bevestigd dat hij de voorkeur geeft aan de ISD-maatregel in onvoorwaardelijke vorm. Verdachte wil vanuit een stabiele situatie werken aan gedragsverandering om zo uit de vicieuze cirkel van het plegen van strafbare feiten te komen. Hij is ervan overtuigd dat een voorwaardelijk kader daarbij onvoldoende helpend zal zijn. Hij heeft aangegeven dat hij weet wat een ISD-maatregel inhoudt.
De rechtbank is op grond van de bevindingen van de reclassering en de eigen verklaring van verdachte van oordeel dat oplegging van de ISD-maatregel in onvoorwaardelijke vorm wenselijk en noodzakelijk is. De rechtbank is overtuigd van de wil van verdachte om zich in het kader van de ISD-maatregel in te zetten voor behandeling en begeleiding en de daarvoor benodigde tijd te investeren om zo zijn leven weer op de rails te krijgen. Daarbij heeft de rechtbank tevens in aanmerking genomen dat voldaan wordt aan de eisen die de wet daaromtrent stelt. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, terwijl hij in de vijf jaren voorafgaand aan de door hem begane misdrijven ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf is veroordeeld. De onderhavige feiten zijn ook begaan na de tenuitvoerlegging van deze straffen. Verder is de rechtbank op basis van het strafblad van verdachte, zijn verklaring ter zitting en de reclasseringsrapportage van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan en dat de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel eist.
De rechtbank zal de ISD-maatregel opleggen voor twee jaar, waarbij rekening is gehouden met de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de uitspraak in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Deze tijd wordt niet in mindering gebracht op de duur van de maatregel.

7.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 38m, 38n, 57, 138 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8.Beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
02-248251-25
Diefstal;
02-120490-25In het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen;
- verklaart verdachte strafbaar;
Maatregel
- gelast de
plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor twee jaar.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.J. Kok, voorzitter,
en mr. W.J.M. Fleskens en mr. N. van der Hoeven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.J.E.M. Hoezen, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 23 december 2025.
Mr. Van der Hoeven en mr. Hoezen zijn niet in de gelegenheid om dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlasteleggingen
02-248251-25
hij op of omstreeks 22 september 2025 te Roosendaal, althans in Nederland, een (grote) hoeveelheid vlees(waren) en/of noten en/of kaas en/of vis en/of diepvries draagtassen en/of kaasschaven, althans winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Lidl, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
(art 310 Wetboek Pro van Strafrecht)
02-120490-25
hij, op of omstreeks 18 april 2025 te Etten-Leur, in het besloten lokaal aan de [straat] bij de Jumbo, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 24 juni 2024 schriftelijk de toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van twee jaren;
(art 138 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)