ECLI:NL:RBZWB:2025:9554

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 november 2025
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
11588566 MB VERZ 25-417
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13a WahvWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard wegens onvoldoende vaststelling verkeersboete door onduidelijke bebording

Betrokkene kreeg een boete voor het rijden van 10 km per uur te hard binnen de bebouwde kom op de Backer en Ruebweg te Breda op 21 november 2023. Betrokkene en zijn gemachtigde stelden dat de juiste maximumsnelheid niet vaststond omdat de bebording niet was gecontroleerd en het schouwrapport tegenstrijdigheden bevatte.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar betrokkene ging in beroep bij de kantonrechter. Tijdens de zitting verschenen betrokkene en zijn gemachtigde niet. De kantonrechter oordeelde dat door onvolledige schouwrapporten niet kon worden vastgesteld of de bebording de juiste snelheid aangaf.

Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de overtreding had plaatsgevonden. De boete werd vernietigd, het betaalde bedrag terugbetaald en de officier van justitie werd veroordeeld tot het betalen van proceskosten aan betrokkene. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens onvoldoende vaststelling van de gedraging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11588566 \ MB VERZ 25-417
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 13 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen D. Hoveijn (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 10 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de Backer en Ruebweg te Breda op 21 november 2023 om 14:25 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging onvoldoende kan worden vastgesteld. Betrokkene bestrijd dat ter zake een maximumsnelheid van 70 km/h gold. Uit het dossier is niet gebleken dat (kort) voor én na aanvang van de controle de bebording is gecontroleerd. Betrokkene betwist derhalve uitdrukkelijk dat de juiste bebording is geplaatst. In het dossier bevindt zich een schouwrapport dat is ondertekend op 22 februari 2017, maar deze bevat tegenstrijdigheden. Achter ‘Handhavingsborden’ staat namelijk ‘N.V.T.’, terwijl daaronder wordt gesteld dat de bebording ‘conform wet- en regelgeving’ is geplaatst. De inleidende beschikking komt voor vernietiging in aanmerking. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Vanuit het CVOM is er onderzoek gedaan naar schouwrapporten bij flitspalen. Hieruit is gebleken dat bij de flitspaal in deze zaak de handhavingsborden niet worden vermeld in het schouwrapport. Om die reden wordt verzocht om de beschikking te vernietigen.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat er bij de schouwrapporten sprake is van onvolledigheid. Hierdoor kan de kantonrechter niet vaststellen of er sprake was van deugdelijke bebording ten tijde van de vermeende gedraging. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskosten
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- =
€ 453,50
€ 777,00
vermenigvuldigingsfactor artikel 13a, lid 2, Wahv: x 0,25 = € 194,25

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 91,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 194,25.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: