Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens rijden op het trottoir op een locatie in Breda op 16 november 2023. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het te laat indienen.
Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 13 november 2025 was betrokkene niet aanwezig. De officier van justitie werd vertegenwoordigd door een zittingsvertegenwoordiger.
De kantonrechter overwoog dat het beroep bij de officier van justitie binnen zes weken na de overtreding had moeten worden ingediend, maar pas na deze termijn was ontvangen. Omdat betrokkene geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die het te late beroep konden rechtvaardigen, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en het beroep bij de kantonrechter ongegrond verklaard.
De kantonrechter hoefde daardoor niet te oordelen over de inhoudelijke rechtmatigheid van de boete. De uitspraak werd openbaar gedaan op 13 november 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdige indiening.