ECLI:NL:RBZWB:2025:9558

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
11508529 MB VERZ 25-25
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onvoldoende bewijs vasthouden mobiel tijdens rijden op snelweg

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A58 te Goes op 6 juli 2023 om 22:02 uur. Betrokkene voerde aan dat hij geen smartphone vasthield, maar een powerbank, en dat de waarneming van de verbalisant onbetrouwbaar was vanwege de omstandigheden zoals snelheid, schemering en afstand.

De kantonrechter stelde vast dat betrokkene de gedraging consistent ontkende en dat de verklaring van de verbalisant onvoldoende betrouwbaar was om de gedraging vast te stellen. Ook werd vastgesteld dat betrokkene de zekerheidstelling niet kon betalen, waarop deze werd verlaagd.

De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de boete en de beslissing van de officier van justitie, en beval terugbetaling van de betaalde zekerheidstelling. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en boete wegens vasthouden mobiel tijdens rijden vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11508529 \ MB VERZ 25-25
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 21 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de A58 te Goes op 6 juli 2023 om 22:02 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene had tijdens het rijden geen Nokia smartphone vast, maar een Nokia powerbank. In het zaaksoverzicht staat dat verbalisant duidelijk kon zien dat het ging om een witte Nokia, maar de vermeende gedraging vond plaats op de snelweg waar 120 km/h werd gereden tijdens schemering en het hoogte verschil tussen het voertuig van verbalisant en dat van betrokkene aanzienlijk was. Het lijkt betrokkene dan ook onwaarschijnlijk dat iemand in dergelijk lastige omstandigheden kan zien om wat voor apparaat het gaat en ook nog de kleur en het merk kan noteren. Daarbij is de smartphone van betrokkene blauw van kleur. Bij staandehouding is niet aan betrokkene gevraagd het apparaat te laten zien. De verbalisant heeft dan ook onzorgvuldig gehandeld. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij de zekerheidstelling niet kan betalen. Betrokkene heeft dit middels bewijsstukken onderbouwd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht de zekerheid op € 13,69 te stellen en het beroep ongegrond te verklaren. De zittingsvertegenwoordiger heeft daartoe aangevoerd dat in zaken op grond van de Wahv de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag biedt voor de vaststelling dat de gedraging is verricht.

Overwegingen

Zekerheidstelling
Op grond van artikel 11 Wahv Pro moet de indiener van een beroepschrift eerst een bedrag aan zekerheidstelling betalen voordat het beroep in behandeling kan worden genomen. Betrokkene heeft deze zekerheidstelling van € 234,- niet betaald.
Betrokkene heeft aangevoerd de zekerheid niet te kunnen betalen. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene dit voldoende aannemelijk heeft gemaakt middels bewijsstukken. De te betalen zekerheid wordt daarom op € 13,69 gesteld.
Inhoudelijk
De kantonrechter zal het beroep tegen de boete vervolgens inhoudelijk beoordelen.
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat betrokkene consistent de gedraging blijft ontkennen, alsook andere omstandigheden aanvoert die aan de waarneming van de verbalisant doen twijfelen. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 13,69 dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: