Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het rijden op het fietspad op een locatie in Breda op 18 juni 2023. Betrokkene stelde dat hij direct na het zien van de geslotenverklaring was omgekeerd en het gebied had verlaten, waardoor de boete niet redelijk was. De officier van justitie handhaafde de boete.
De rechtbank oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en aanvullende proces-verbalen waarin de bebording duidelijk zichtbaar was. Betrokkene leverde geen feiten aan die twijfel aan de juistheid van de verklaring rechtvaardigen.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting met ruim vier maanden was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van €907 toegekend aan betrokkene. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.