Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het voetpad in Breda op 28 februari 2023. Betrokkene voerde aan dat hij kort daarvoor al een waarschuwingsbrief had ontvangen van een andere gemeente en dat hij daarom niet op de hoogte was van de fout. Tevens werd een overschrijding van de redelijke termijn aangevoerd.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en dat de boete terecht is opgelegd, omdat de overtreding na de waarschuwingsperiode van de gemeente Breda plaatsvond. De eerdere waarschuwing was van een andere gemeente en betrof een andere gedraging.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van de zaak met ruim zeven maanden was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene.
De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen en de boete te matigen tot € 112,50 plus administratiekosten. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wegens rijden op het voetpad wordt met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn en de proceskosten worden vergoed.