Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het rijden van 13 km per uur te hard binnen de bebouwde kom op 13 juli 2023. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Betrokkene ging vervolgens in beroep bij de rechtbank.
De rechtbank constateerde dat de officier van justitie de hoorplicht had geschonden door betrokkene en diens gemachtigde niet te horen, wat volgens vaste rechtspraak leidt tot vernietiging van de beslissing. Daarnaast was de redelijke termijn van behandeling overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar duurde vanaf het opleggen van de boete op 25 juni 2023.
De rechtbank matigde de boete daarom met 25% vanwege de schending van de hoorplicht en nogmaals met 25% wegens de termijnoverschrijding. Tevens werd de officier van justitie opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen en de proceskosten van betrokkene te vergoeden. De boete werd vastgesteld op € 74,81 plus € 9 administratiekosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 50% gematigd.