Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het voetpad in Breda op 30 januari 2024. Hij voerde aan dat hij door plotselinge duizeligheid, veroorzaakt door een medische aandoening waarvoor later een pacemaker werd geplaatst, genoodzaakt was dichterbij zijn bestemming te parkeren en daardoor de overtreding beging.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische situatie geen reden was voor matiging en dat het onverstandig was om te rijden onder die omstandigheden. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en het dossier, waaronder duidelijke bebording.
Echter, gelet op de ernstige medische problematiek, de korte duur van het betreden van het voetgangersgebied en het ontbreken van hinder of gevaar voor het overige verkeer, achtte de kantonrechter matiging van de boete op zijn plaats. De boete werd gematigd tot nihil en het teveel betaalde bedrag werd terugbetaald aan betrokkene.
De beslissing van de officier van justitie werd daarmee gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wegens rijden op het voetpad is gematigd tot nihil vanwege ernstige medische omstandigheden.