Verzoeker, deelnemer bij het pensioenfonds, verzocht inzage in de berekeningen van haar pensioen onder het huidige uitkeringsstelsel, met het oog op de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Zij wilde deze gegevens ontvangen om te controleren of het invaren van haar pensioen correct verloopt en of haar toekomstige pensioen niet achteruitgaat. Het pensioenfonds weigerde deze gegevens te verstrekken en verwees naar het uniform pensioenoverzicht (UPO), dat volgens verzoeker onvoldoende is.
De rechtbank beoordeelde het verzoek uitsluitend op basis van het inzagerecht uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De rechtbank oordeelde dat pensioenberekeningen geen persoonsgegevens zijn, omdat het slechts de uitkomst is van een gestandaardiseerde rekenmethode die niet herleidbaar is tot een natuurlijk persoon. De onderliggende persoonsgegevens zijn via het UPO en de digitale omgeving 'MijnPFZW' al toegankelijk voor verzoeker.
Daarnaast achtte de rechtbank het verzoek buitensporig vanwege de complexiteit en de belasting voor het pensioenfonds om handmatige berekeningen te verstrekken. De rechtbank concludeerde dat het verstrekken van de gevraagde berekeningen geen juridische zekerheid biedt over de pensioenrechten, die voortvloeien uit het pensioenreglement. Daarom wees de rechtbank het verzoek af zonder proceskostenveroordeling.