Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden met 18 km/u te hard op de N57 buiten de bebouwde kom te Serooskerke op 20 april 2024 om 00:35 uur. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, waarbij werd aangevoerd dat de bestuurster van het voertuig, de echtgenote, met spoed naar het ziekenhuis reed vanwege een acute medische noodsituatie van haar moeder.
De rechtbank oordeelt dat de overtreding vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant, die voldoende bewijs vormt in zaken op grond van de Wahv. Er is geen aanleiding om aan deze verklaring te twijfelen. Wel acht de rechtbank de omstandigheden, waaronder de ernstige medische situatie, het tijdstip midden in de nacht en het ontbreken van gevaar of hinder voor het overige verkeer, reden om de boete te matigen.
De boete wordt gematigd tot € 99,- plus € 9,- administratiekosten. Het beroep wordt daarom gedeeltelijk gegrond verklaard. De officier van justitie wordt opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terug te betalen aan betrokkene.
Uitkomst: De rechtbank matigt de verkeersboete tot € 99,- wegens een medische spoedsituatie en verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond.