ECLI:NL:RBZWB:2025:9607

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
11463542 MB VERZ 24-996
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke toewijzing beroep tegen verkeersboete wegens snelheidsovertreding met medische spoedsituatie

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden met 18 km/u te hard op de N57 buiten de bebouwde kom te Serooskerke op 20 april 2024 om 00:35 uur. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, waarbij werd aangevoerd dat de bestuurster van het voertuig, de echtgenote, met spoed naar het ziekenhuis reed vanwege een acute medische noodsituatie van haar moeder.

De rechtbank oordeelt dat de overtreding vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant, die voldoende bewijs vormt in zaken op grond van de Wahv. Er is geen aanleiding om aan deze verklaring te twijfelen. Wel acht de rechtbank de omstandigheden, waaronder de ernstige medische situatie, het tijdstip midden in de nacht en het ontbreken van gevaar of hinder voor het overige verkeer, reden om de boete te matigen.

De boete wordt gematigd tot € 99,- plus € 9,- administratiekosten. Het beroep wordt daarom gedeeltelijk gegrond verklaard. De officier van justitie wordt opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terug te betalen aan betrokkene.

Uitkomst: De rechtbank matigt de verkeersboete tot € 99,- wegens een medische spoedsituatie en verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer.: 11463542 \ MB VERZ 24-996
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]
uitspraakdatum: 21 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 18 km per uur harder rijden dan mag op een (auto) weg buiten de bebouwde kom op de N57 te Serooskerke op 20 april 2024 om 00:35 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. De echtgenote van betrokkene was de bestuurster van het voertuig ten tijde van de gedraging. In de nacht van 19 april op 20 april 2024, omstreeks 00:30 uur, reed bestuurster met grote haast van Burgh-Haamstede naar Nieuwegein. Haar moeder (82 jaar) was die nacht met spoed thuis opgehaald door een ambulance en opgenomen op de Eerste Hulp afdeling van het ziekenhuis in Nieuwegein. Geconfronteerd met de mogelijkheid dat haar moeder zou kunnen komen te overlijden en bestuurster mogelijk te laat zou zijn heeft bestuurster te hard gereden. Het tijdstip van de overtreding speelde een cruciale rol in de beslissing om de snelheidslimiet te overschrijden. Op dat moment was er vrijwel geen verkeer op de weg, waardoor de verkeersveiligheid niet in gevaar kwam. Bestuurster hoopt op een welwillende beoordeling van de situatie en verzoekt daarom de boete kwijt te schelden.
Bestuurster heeft een verklaring waaruit blijkt dat de moeder met spoed is opgenomen op de Eerste Hulp van het ziekenhuis in Nieuwegein toegevoegd aan het beroepschrift.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het sanctiebedrag te matigen tot de helft en het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren. De zittingsvertegenwoordiger heeft daartoe aangevoerd dat bestuurster de gedraging niet ontkend, maar een beroep doet op omstandigheden. De omstandigheid dat bestuurster met spoed onderweg was naar het ziekenhuis en de gedraging midden in de nacht plaatsvond, maakt dat er aanleiding is om het sanctiebedrag te matigen.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat sprake was van ernstige medische problematiek, wat door middel van medische stukken concreet is onderbouwd, dat de gedraging midden in de nacht plaatsvond en dat niet is gebleken dat daarbij hinder of gevaar is veroorzaakt voor het overige verkeer. De boete zal worden gematigd tot € 99,-.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 99,-, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 99,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: