ECLI:NL:RBZWB:2025:9608

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
11469306 MB VERZ 24-1005
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens onjuiste feitcode en matiging boete

Betrokkene kreeg een boete voor het parkeren bij een blauwe streep terwijl de toegestane parkeertijd zou zijn verstreken. Betrokkene voerde aan dat zij slechts kort geparkeerd stond na een bezoek aan de dierenarts en dat zij de parkeerschijf wilde instellen, maar dit nog niet had gedaan. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.

De kantonrechter stelde vast dat de feitcode van de boete onjuist was; in plaats van het overschrijden van de parkeertijd (feitcode R400ab) had de verbalisant moeten constateren dat de parkeerschijf niet correct was ingesteld (feitcode R400af). Deze wijziging schaadt betrokkene niet, omdat het feitencomplex gelijk blijft. De gedraging stond vast op basis van de verklaring van de verbalisant en foto’s.

Hoewel de boete terecht was opgelegd, matigde de kantonrechter het bedrag tot €55 vanwege de korte duur van het parkeren, het bezoek aan de dierenarts en het feit dat betrokkene niet bekend was met de Nederlandse parkeerregels. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen. Het beroep werd aldus gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitkomst: De boete is gedeeltelijk gegrond verklaard, de feitcode gewijzigd en het boetebedrag gematigd tot €55.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer.: 11469306 \ MB VERZ 24-1005
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]
uitspraakdatum: 21 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: motorvoertuig parkeren bij blauwe streep terwijl toegestane parkeertijd is verstreken op de Tramstraat te Terneuzen op 5 oktober 2023 om 13:14 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Ten tijde van de gedraging stond het voertuig van betrokkene slechts enkele minuten geparkeerd. Betrokkene was zojuist teruggekomen van een bezoek aan de dierenarts, dit heeft betrokkene ook onderbouwd middels een betaalbewijs. Betrokkene is daar vertrokken om 12:45 uur en rond 13:00 uur is betrokkene aangekomen in de Tramstraat. Hier heeft betrokkene haar hond naar binnen gebracht en tegelijkertijd geïnformeerd naar de parkeerregels. Op het moment dat betrokkene terugkeerde naar haar voertuig rond 13:15 uur, werd betrokkene geconfronteerd met de boete. Betrokkene is van mening dat de korte afwezigheid bij het voertuig en de intentie van betrokkene om de parkeerschijf in te stellen, geen rechtvaardiging vormen voor een dergelijke boete. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat er nog een parkeerschijf achter de voorruit lag, maar dat de tijd nog niet was ingesteld.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het sanctiebedrag te matigen tot de helft en het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren. De gedraging kan op basis van de verklaring van verbalisant in het zaaksoverzicht en de foto’s in het dossier voldoende worden vastgesteld. Betrokkene ontkent de gedraging ook niet. Betrokkene had de bebording moeten en kunnen zien. Wel moet de feitcode worden gewijzigd in R400af met als omschrijving “dat motorvoertuig niet is voorzien van een parkeerschijf, waarop aan de getoonde zijde slechts één kalenderuren aanduidende cijferreeks staat die vanaf het begin van het parkeren in duidelijk leesbare cijfers tegen een contrasterende achtergrond in hele of halve uren het tijdstip weergeeft waarop met het parkeren is begonnen”.

Overwegingen

Wijzigen feitcode
De zittingsvertegenwoordiger heeft voorgesteld het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren in die zin dat de feitcode moet worden gewijzigd in feitcode R400af met als omschrijving “dat motorvoertuig niet is voorzien van een parkeerschijf, waarop aan de getoonde zijde slechts één kalenderuren aanduidende cijferreeks staat die vanaf het begin van het parkeren in duidelijk leesbare cijfers tegen een contrasterende achtergrond in hele of halve uren het tijdstip weergeeft waarop met het parkeren is begonnen”.
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor feitcode R400ab met als omschrijving “de toegestane parkeerduur is verstreken”. Uit het dossier en de stellingen van betrokkene is gebleken dat deze feitcode niet juist is. De verbalisant had feitcode R400af moeten gebruiken met als omschrijving “dat motorvoertuig niet is voorzien van een parkeerschijf, waarop aan de getoonde zijde slechts één kalenderuren aanduidende cijferreeks staat die vanaf het begin van het parkeren in duidelijk leesbare cijfers tegen een contrasterende achtergrond in hele of halve uren het tijdstip weergeeft waarop met het parkeren is begonnen”. Bij die feitcode hoort hetzelfde boetebedrag.
Naar het oordeel van de kantonrechter wordt betrokkene door deze wijziging van de feitcode niet in haar belangen geschaad. Voor betrokkene was voldoende duidelijk waar de boete betrekking op had. Aan de gewijzigde feitcode ligt geen ander feitencomplex ten grondslag. De feitcode zal daarom worden gewijzigd.
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant en de foto’s in het dossier - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat betrokkene met het overgelegde betaalbewijs voldoende heeft aangetoond dat slechts korte tijd is verstreken tussen haar aankomst in de Tramstraat, het betreden van het pand om informatie in te winnen over de geldende pakeerregels en haar terugkeer bij het voertuig. Betrokkene is afkomstig uit België en niet bekend met de in Nederland geldende parkeerregels. Hoewel het de verantwoordelijkheid van iedere bestuurder is om zich vooraf te informeren over toepasselijke parkeerbepalingen, rechtvaardigen de omstandigheden van het geval een matiging van het sanctiebedrag. De boete zal worden gematigd tot € 55,-.
Het beroep is gelet op de matiging en het wijzigen van de feitcode gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en wijzigt die beschikking in die zin dat de feitcode wordt gewijzigd in R400af met als omschrijving: “dat motorvoertuig niet is voorzien van een parkeerschijf, waarop aan de getoonde zijde slechts één kalenderuren aanduidende cijferreeks staat die vanaf het begin van het parkeren in duidelijk leesbare cijfers tegen een contrasterende achtergrond in hele of halve uren het tijdstip weergeeft waarop met het parkeren is begonnen”;
‒ verklaart het beroep voor het overige gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 55,-, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 55,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: