Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het parkeren bij een blauwe streep terwijl de toegestane parkeertijd zou zijn verstreken. Betrokkene voerde aan dat zij slechts kort geparkeerd stond na een bezoek aan de dierenarts en dat zij de parkeerschijf wilde instellen, maar dit nog niet had gedaan. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter stelde vast dat de feitcode van de boete onjuist was; in plaats van het overschrijden van de parkeertijd (feitcode R400ab) had de verbalisant moeten constateren dat de parkeerschijf niet correct was ingesteld (feitcode R400af). Deze wijziging schaadt betrokkene niet, omdat het feitencomplex gelijk blijft. De gedraging stond vast op basis van de verklaring van de verbalisant en foto’s.
Hoewel de boete terecht was opgelegd, matigde de kantonrechter het bedrag tot €55 vanwege de korte duur van het parkeren, het bezoek aan de dierenarts en het feit dat betrokkene niet bekend was met de Nederlandse parkeerregels. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen. Het beroep werd aldus gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete is gedeeltelijk gegrond verklaard, de feitcode gewijzigd en het boetebedrag gematigd tot €55.