Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden van 25 km per uur te hard op een weg buiten de bebouwde kom. Hij voerde aan dat de situatie ter plaatse en het gevaarlijke rijgedrag van een taxi hem noopten tot een snelle inhaalmanoeuvre, waarbij de snelheid tijdelijk hoger was. Tevens speelde de dringende behoefte om naar het toilet te gaan een rol.
De officier van justitie verklaarde het beroep in eerste aanleg ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting overhandigde betrokkene twee getuigenverklaringen die het gevaarlijke rijgedrag van de taxi bevestigden. De officier van justitie erkende de overschrijding van de redelijke termijn en stelde voor de boete met 25% te matigen.
De kantonrechter oordeelde dat de overtreding vaststaat, maar achtte de omstandigheden en de overschrijding van de termijn reden om de boete te matigen. De boete werd gematigd tot nihil en het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling werd terugbetaald. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wegens snelheidsovertreding is gematigd tot nihil en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.