ECLI:NL:RBZWB:2025:9611

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
11525622 MB VERZ 25-61
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens door rood rijden bij stoplicht

Betrokkene werd beboet voor het door rood rijden bij een driekleurig verkeerslicht op de N286 te Tholen op 9 september 2023. Betrokkene voerde aan dat stoppen onmogelijk was vanwege een onverwachte tegenligger en een onoverzichtelijke situatie, waardoor zij een inschattingsfout maakte. Tevens stelde zij dat haar reactievermogen vertraagd was door de hitte en dat zij de zekerheidstelling niet kon betalen vanwege een laag inkomen.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelde dat betrokkene voldoende aannemelijk had gemaakt de zekerheid niet te kunnen betalen en stelde deze daarom op nihil. Inhoudelijk werd geoordeeld dat van een bestuurder verwacht mag worden tijdig te stoppen voor een verkeerslicht, tenzij stoppen niet meer mogelijk is. Betrokkene had onvoldoende geanticipeerd en daarmee het risico aanvaard dat het licht rood zou worden.

De procedure had echter de redelijke termijn overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. De kantonrechter verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond en matigde de boete tot € 210,- plus administratiekosten. Tevens moet het teveel betaalde bedrag aan zekerheid worden terugbetaald.

Uitkomst: De boete wegens door rood rijden is met 25% gematigd en de zekerheidstelling op nihil gesteld vanwege overschrijding van de redelijke termijn en het lage inkomen van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer.: 11525622 \ MB VERZ 25-61
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]
uitspraakdatum: 21 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat op de N286 te Tholen op 9 september 2023 om 10:35 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Het was voor betrokkene onmogelijk om veilig te stoppen binnen de daarvoor beschikbare tijd. Ten tijde van de vermeende gedraging kwam er een tegenligger vrij hard aanrijden. Betrokkene schrok hiervan en durfde niet hard te remmen, omdat betrokkene bang was om vervolgens een ongeluk te veroorzaken. Op de normaliter kaarsrechte weg kwam betrokkene terecht in een onoverzichtelijke situatie. Dit trok de aandacht van betrokkene waardoor zij afgeleid raakte. Daarnaast was het die dag erg warm waardoor het reactievermogen van betrokkene vertraagde. Gezien bovenstaande omstandigheden verzoekt betrokkene de beslissing te herzien. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat zij de zekerheid niet kan betalen in verband met een laag inkomen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht de zekerheid op nihil te stellen en het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren. De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd dat het dossier een foto van de gedraging bevat. Het is aannemelijk dat betrokkene niet willens en wetens door rood is gereden, maar de inschattingsfout komt voor eigen rekening en risico. Wel is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn. De sanctie dient met 25% gematigd te worden.

Overwegingen

Zekerheidstelling
Op grond van artikel 11 Wahv Pro moet de indiener van een beroepschrift eerst een bedrag aan zekerheidstelling betalen voordat het beroep in behandeling kan worden genomen. Betrokkene heeft deze zekerheidstelling van € 234,- niet betaald.
Betrokkene heeft aangevoerd de zekerheid niet te kunnen betalen. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene dit voldoende aannemelijk heeft gemaakt. De te betalen zekerheid wordt daarom op nihil gesteld.
Inhoudelijk
Uitgangspunt is dat in het algemeen van een bestuurder mag worden verwacht dat hij te allen tijde in staat is het voertuig tijdig en op een verantwoorde wijze voor een verkeerslicht tot stilstand te brengen. Van een bestuurder mag men immers verwachten dat hij anticipeert op een naderend verkeerslicht en zijn snelheid zodanig aanpast dat tijdig kan worden gestopt. Indien een driekleurig verkeerslicht geel licht uitstraalt, houdt dit in beginsel in dat moet worden gestopt. Slechts indien men het verkeerslicht zo dicht genaderd is dat stoppen niet meer mogelijk is, mag men doorrijden. Uit de databalk bij de foto’s blijkt dat het licht eerst 2,9 seconden geel licht heeft uitgestraald. Als betrokkene niet tijdig kan stoppen voor het geel uitstralend verkeerslicht heeft betrokkene onvoldoende geanticipeerd op het verkeerslicht. Hierdoor heeft zij zichzelf in de situatie gebracht waarin zij meende niet anders te kunnen dan door te rijden. Als betrokkene bij geel licht doorrijdt terwijl zij diende te stoppen, heeft zij het risico aanvaard dat het verkeerslicht nog gedurende deze manoeuvre rood licht zou gaan uitstralen.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 22 september 2023 en is de redelijke termijn dus met ruim één maand overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 210,-, plus € 9,- administratiekosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025.
Wilt u een betalingsregeling aanvragen?Dan kunt u dit zelf digitaal doen via: https://www.cjib.nl/betalen-in-delen-aanvragen.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: