Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het door rood rijden bij een driekleurig verkeerslicht op de N286 te Tholen op 9 september 2023. Betrokkene voerde aan dat stoppen onmogelijk was vanwege een onverwachte tegenligger en een onoverzichtelijke situatie, waardoor zij een inschattingsfout maakte. Tevens stelde zij dat haar reactievermogen vertraagd was door de hitte en dat zij de zekerheidstelling niet kon betalen vanwege een laag inkomen.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelde dat betrokkene voldoende aannemelijk had gemaakt de zekerheid niet te kunnen betalen en stelde deze daarom op nihil. Inhoudelijk werd geoordeeld dat van een bestuurder verwacht mag worden tijdig te stoppen voor een verkeerslicht, tenzij stoppen niet meer mogelijk is. Betrokkene had onvoldoende geanticipeerd en daarmee het risico aanvaard dat het licht rood zou worden.
De procedure had echter de redelijke termijn overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. De kantonrechter verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond en matigde de boete tot € 210,- plus administratiekosten. Tevens moet het teveel betaalde bedrag aan zekerheid worden terugbetaald.
Uitkomst: De boete wegens door rood rijden is met 25% gematigd en de zekerheidstelling op nihil gesteld vanwege overschrijding van de redelijke termijn en het lage inkomen van betrokkene.