Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg meerdere verkeersboetes opgelegd voor snelheidsovertredingen op dezelfde weg buiten de bebouwde kom binnen een periode van tien dagen. Hoewel de overtredingen terecht zijn vastgesteld, stelde betrokkene dat de cumulatie van boetes financieel onevenredig is en niet in verhouding staat tot de aard van de overtredingen en zijn inkomen.
De officier van justitie handhaafde de boetes, stellende dat betrokkene bewust meerdere keren te hard heeft gereden ondanks bekendheid met de weg. De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake is van feitelijke samenloop, omdat elke overtreding afzonderlijk is begaan met telkens een nieuwe keuze.
De kantonrechter matigde de boetes vanaf de derde overtreding naar nihil vanwege disproportionaliteit en het cumulatieve effect van de sancties. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd, waarbij het totale sanctiebedrag werd teruggebracht tot € 317 plus administratiekosten. Het teveel betaalde bedrag moet worden terugbetaald aan betrokkene.
Uitkomst: De cumulatie van verkeersboetes wordt gematigd vanaf de derde overtreding, waardoor het totale sanctiebedrag wordt verlaagd en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.