ECLI:NL:RBZWB:2025:9616

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
11442329 MB VERZ 24-969
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen verkeersboete voor parkeren zonder vergunning

Betrokkene is beboet voor het parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder de vereiste vergunning op 16 november 2023 te Zierikzee. Betrokkene stelde dat hij niet op het vergunninghoudersgedeelte had geparkeerd en dat de bebording onduidelijk was, waardoor de boete onterecht zou zijn.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en de kantonrechter behandelde de zaak op 21 november 2025. Uit het dossier, met name de foto’s en de verklaring van de verbalisant, bleek dat de gedraging had plaatsgevonden en dat de bebording duidelijk was geplaatst. De kantonrechter oordeelde dat betrokkene had moeten opletten en zich had moeten vergewissen of parkeren was toegestaan.

Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter W.H.C. van Eck en is openbaar uitgesproken op 21 november 2025.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11442329 \ MB VERZ 24-969
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 21 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op een parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig op de Hoofdpoortstraat te Zierikzee op 16 november 2023 om 14:47 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Bij het betreden van de parkeerplaats staat een bord E4 met onderbord “alleen in de vakken”. Links staat een bord met daarachter het gedeelte waar alleen vergunninghouders mogen parkeren. Betrokkene stond hier echter niet. Betrokkene was slechts een bord E4 gepasseerd bij het betreden van de grote parkeerplaats. Voor betrokkene was het niet duidelijk dat het gedeelte alwaar hij parkeerde slechts voor vergunninghouders gereserveerd was. Iedere vorm van verwijtbaarheid ontbreekt in deze. De inleidende beschikking komt voor vernietiging in aanmerking. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan verder niets toegevoegd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Zoals door de verbalisant is verklaard is er bebording geplaatst verderop op de parkeerplaats. Deze bebording staat duidelijk geplaatst aan beide zijden van de weg. Betrokkene had deze bebording moeten zien en naar handelen.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de foto’s van de gedraging - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De bebording staat duidelijk geplaatst. Van iedere weggebruiker mag worden verwacht dat hij oplettend is op de aanwezige bebording. Eventueel dient een bestuurder zich na het parkeren van te vergewissen of parkeren op de betreffende parkeerplaats voor hem is toegestaan. Het had betrokkene voldoende duidelijk kunnen zijn dat parkeren zonder vergunning niet was toegestaan.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: