Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren op een vergunninghoudersplaats zonder vergunning in de Poststraat te Zierikzee op 18 november 2023 om 21:52 uur. Betrokkene voerde aan dat de boete onredelijk was omdat de bebording onvoldoende zichtbaar was, met slechts één bord aan het eind van de straat.
De officier van justitie stelde dat de overtreding vaststond, ondersteund door foto’s van de bebording en de verklaring van de verbalisant. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende bewijs vormt en dat betrokkene geen specifieke feiten aanvoerde die twijfel rechtvaardigen.
De kantonrechter benadrukte dat het de eigen verantwoordelijkheid van de bestuurder is om zich te vergewissen van de parkeerregels. De boete werd daarom terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen reden gezien om de boete te matigen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.