ECLI:NL:RBZWB:2025:9620

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
11512074 MB VERZ 25-56
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen verkeersboete voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A58 te Kloetinge op 23 januari 2024. Betrokkene stelde in beroep dat de gedraging niet bewezen kon worden, omdat de flitsfoto niet duidelijk maakte dat het om een mobiel apparaat ging, en noemde alternatieven zoals een powerbank of headset.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, en de kantonrechter behandelde de zaak op 21 november 2025. Betrokkene kon de zekerheidstelling van €234 niet betalen, maar dit werd geaccepteerd en de zekerheidstelling op nihil gesteld.

De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant en de foto’s in het dossier voldoende bewijs vormen dat betrokkene de verboden gedraging heeft verricht. Er waren geen specifieke feiten of omstandigheden die twijfel aan deze verklaring rechtvaardigden. De boete werd daarom terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11512074 \ MB VERZ 25-56
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 21 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de A58 te Kloetinge op 23 januari 2024 om 14:29 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Op basis van de flitsfoto kan niet worden aangetoond dat wat betrokkene vasthield daadwerkelijk een mobiel apparaat is zoals bedoeld in de wet. Het kan ook een powerbank, rechthoekige headset of verstoring van het beeld zijn. Daarom dient de beschikking te worden vernietigd. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij de zekerheidstelling niet kan betalen. Betrokkene heeft dit middels bewijsstukken onderbouwd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht de zekerheid op nihil te stellen en het beroep ongegrond te verklaren. De zittingsvertegenwoordiger heeft daartoe aangevoerd dat het dossier een foto van de gedraging bevat waarop duidelijk te zien is dat betrokkene een mobiel elektronisch apparaat vasthoud.

Overwegingen

Zekerheidstelling
Op grond van artikel 11 Wahv Pro moet de indiener van een beroepschrift eerst een bedrag aan zekerheidstelling betalen voordat het beroep in behandeling kan worden genomen. Betrokkene heeft deze zekerheidstelling van € 234,- niet betaald.
Betrokkene heeft aangevoerd de zekerheid niet te kunnen betalen. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene dit voldoende aannemelijk heeft gemaakt middels bewijsstukken. De te betalen zekerheid wordt daarom op nihil gesteld.
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant en de foto’s in het dossier - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Een mobiel elektronisch apparaat vasthouden tijdens het besturen van een voertuig mag nooit, ongeacht de manier van gebruik. De verboden gedraging behoort tot het risico van betrokkene.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: