Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A58 te Kloetinge op 23 januari 2024. Betrokkene stelde in beroep dat de gedraging niet bewezen kon worden, omdat de flitsfoto niet duidelijk maakte dat het om een mobiel apparaat ging, en noemde alternatieven zoals een powerbank of headset.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, en de kantonrechter behandelde de zaak op 21 november 2025. Betrokkene kon de zekerheidstelling van €234 niet betalen, maar dit werd geaccepteerd en de zekerheidstelling op nihil gesteld.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant en de foto’s in het dossier voldoende bewijs vormen dat betrokkene de verboden gedraging heeft verricht. Er waren geen specifieke feiten of omstandigheden die twijfel aan deze verklaring rechtvaardigden. De boete werd daarom terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.